Slaapapneu diagnose: onderzoek en AHI
Slaapapneu diagnose is een belangrijk eerste stap voor iedereen die last heeft van luid snurken, ademstops tijdens de slaap of overmatige slaperigheid overdag. Slaapapneu is een veelvoorkomende slaapstoornis die lang onopgemerkt kan blijven, maar serieuze gevolgen kan hebben voor de gezondheid en het dagelijks functioneren. In dit artikel leest u wat slaapapneu is, welke klachten erop kunnen wijzen, hoe de diagnose in Nederland wordt gesteld en welke onderzoeken daarbij worden gebruikt.
Samenvatting: Slaapapneu wordt gediagnosticeerd via een slaapanamnese bij de huisarts, gevolgd door een thuisslaapregistratie of polysomnografie in een slaapcentrum, waarbij de Apneu-Hypopneu Index (AHI) de ernst bepaalt.
- Obstructief slaapapneu (OSA) ontstaat doordat de bovenste luchtweg tijdens de slaap (gedeeltelijk) wordt afgesloten door ontspannen keelspieren.
- Kenmerkende klachten zijn luid snurken, waargenomen ademstops en overmatige slaperigheid overdag; vrouwen presenteren zich vaker met atypische klachten.
- De Epworth Sleepiness Scale (ESS) wordt gebruikt om slaperigheid overdag te objectiveren; een score van 11 of hoger geeft aanleiding tot verder onderzoek.
- Polysomnografie (PSG) is de gouden standaard en meet hersenactiviteit, ademhaling en zuurstofsaturatie; respiratoire polygrafie thuis volstaat bij een ongecompliceerd klinisch beeld.
- De AHI classificeert de ernst: 5 tot 15 is licht, 15 tot 30 is matig en meer dan 30 is ernstig slaapapneu bij volwassenen.
- Bij kinderen, verdenking op centraal slaapapneu of relevante comorbiditeiten is directe verwijzing naar een specialist aangewezen.
Table of Contents
Wat is slaapapneu en hoe ontstaat het?
Slaapapneu is een slaapstoornis waarbij de ademhaling herhaaldelijk stopt doordat de bovenste luchtweg wordt afgesloten; risicofactoren zijn overgewicht, hogere leeftijd en alcoholgebruik.
Slaapapneu is een slaapstoornis waarbij de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk stopt of sterk vermindert, met als gevolg verstoorde slaap en een daling van het zuurstofgehalte in het bloed. De meest voorkomende vorm is obstructief slaapapneu (OSA), waarbij de spieren in de keel en tong tijdens de slaap te sterk ontspannen en de bovenste luchtweg (gedeeltelijk) afsluiten. Wanneer OSA gepaard gaat met klachten overdag, zoals overmatige slaperigheid, spreekt men in Nederlandse richtlijnen van het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS). Een minder voorkomende vorm is centraal slaapapneu, waarbij het ademhalingscentrum in de hersenen tijdelijk geen signaal stuurt naar de ademhalingsspieren.
Bij obstructief slaapapneu speelt de anatomie van de keel een belangrijke rol. Factoren die het risico verhogen zijn onder andere:
-
Overgewicht, omdat vetweefsel rondom de keel de luchtweg kan vernauwen
-
Een korte of terugwijkende onderkaak
-
Vergrote amandelen of huig
-
Hogere leeftijd, omdat spiertonus afneemt
-
Mannelijk geslacht, hoewel vrouwen na de menopauze vaker worden getroffen
-
Alcoholgebruik en bepaalde slaapmiddelen of opioïden, die de spiertonus verder verminderen
-
Roken en nasale obstructie, zoals chronische rinitis
Dit is geen uitputtende lijst; de NHG-Standaard Slaapapneu en de FMS/NVALT-KNO Richtlijn Obstructief Slaapapneu bij volwassenen beschrijven aanvullende risicofactoren.
Tijdens een apneu-episode daalt het zuurstofgehalte in het bloed, wat het lichaam aanzet tot een korte opwekking om de ademhaling te herstellen. De betrokkene wordt hier zelden volledig wakker van, maar de slaapkwaliteit lijdt er sterk onder. Per nacht kunnen tientallen tot honderden van dergelijke episodes optreden. De NHG-Standaard Slaapapneu beschrijft dat er bij matig tot ernstig OSAS een verhoogd risico bestaat op hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk; daarbij spelen confounders zoals overgewicht een rol, en het gaat om geobserveerde associaties, niet om bewezen oorzakelijke verbanden.[1][5]
| Diagnostische stap | Onderzoek | Uitvoering | Gemeten parameters | Indicatie |
|---|---|---|---|---|
| Stap 1: Anamnese | Slaapanamnese en Epworth Sleepiness Scale (ESS) | Huisartsenpraktijk | Snurken, ademstops, slaperigheid overdag (ESS-score 11 of hoger is afwijkend) | Alle patiënten met verdenking op slaapapneu |
| Stap 2a: Thuisonderzoek | Respiratoire polygrafie (thuisslaapregistratie) | Thuis, via eerste of tweede lijn | Luchtstroom, ademhalingsbewegingen, zuurstofsaturatie; uitkomst als REI | Duidelijk klinisch beeld van OSA zonder complicerende factoren of comorbiditeit |
| Stap 2b: Specialistisch onderzoek | Polysomnografie (PSG), gouden standaard | Gespecialiseerd slaapcentrum | EEG, EOG, EMG, ECG, ademhalingsbewegingen, luchtstroom, zuurstofsaturatie; uitkomst als AHI | Complexe gevallen, verdenking centraal slaapapneu, relevante comorbiditeit, andere slaapstoornissen |
| Aanvullend: KNO-beoordeling | Inspectie bovenste luchtweg | KNO-arts polikliniek | Anatomische oorzaken zoals vergrote amandelen, huig of neuspassage | Bij verdenking op anatomische bijdrage aan obstructie |
| Uitkomstmaat: ernst classificatie | Apneu-Hypopneu Index (AHI) | Berekend uit PSG of polygrafie | Gemiddeld aantal apneus en hypopneus per uur slaap | AHI 5 tot 15 licht, 15 tot 30 matig, meer dan 30 ernstig (volwassenen) |
| Onvoldoende diagnostisch | Nachtelijke oximetrie alleen | Thuis | Zuurstofsaturatie | Niet geschikt om OSA met zekerheid aan te tonen of uit te sluiten |
Welke klachten kunnen wijzen op slaapapneu?
Luid snurken, waargenomen ademstops en overmatige slaperigheid overdag zijn de meest kenmerkende klachten; vrouwen presenteren zich vaker met vermoeidheid en stemmingsklachten.
Luid snurken in combinatie met overmatige slaperigheid overdag zijn de meest kenmerkende klachten die kunnen wijzen op slaapapneu. Toch is het klachtenpatroon breed en worden de klachten niet altijd direct in verband gebracht met de slaap, waardoor de aandoening soms lang onopgemerkt blijft.
Klachten die 's nachts kunnen opvallen (vaak door de bedpartner gemeld):
-
Luid en onregelmatig snurken
-
Waargenomen ademstops
-
Happen naar adem of stikken tijdens de slaap
-
Onrustig slapen en veel bewegen
-
Frequent wakker worden, soms met een droge mond of hoofdpijn
Klachten overdag:
-
Overmatige slaperigheid, ook wel hypersomnie genoemd
-
Vermoeidheid ondanks een voldoende lange nachtrust
-
Concentratieproblemen en vergeetachtigheid
-
Prikkelbaarheid of stemmingswisselingen
-
Hoofdpijn bij het opstaan
Niet iedereen met slaapapneu snurkt, en niet iedereen die snurkt heeft slaapapneu. Vrouwen presenteren zich vaker met minder klassieke klachten zoals vermoeidheid, slapeloosheid en depressieve gevoelens, wat de herkenning kan bemoeilijken.
Bij kinderen kan slaapapneu zich anders uiten dan bij volwassenen: snurken en ademstops zijn mogelijk, maar ook gedragsproblemen, slechte schoolprestaties of groeiachterstand kunnen een signaal zijn.[7][2] Bij kinderen met dergelijke klachten is laagdrempelige verwijzing naar een kno-arts of kinderarts passend, omdat de beoordeling en behandeling afwijken van die bij volwassenen.
Rijveiligheid: Overmatige slaperigheid overdag kan de rijvaardigheid ernstig beïnvloeden. In Nederland gelden voor rijbewijshouders met (verdenking op) matig of ernstig OSAS specifieke kaders rondom rijgeschiktheid; het CBR beoordeelt of iemand veilig aan het verkeer kan deelnemen. Wie merkt dat hij of zij in slaap dreigt te vallen achter het stuur, dient dit te melden bij de eigen huisarts.
Volgens de NHG-Standaard Slaapapneu en de patiënteninformatie op Thuisarts.nl is het zinvol om bij aanhoudende klachten van slaperigheid overdag, zeker in combinatie met snurken of gemelde ademstops, contact op te nemen met de eigen huisarts. De huisarts kan beoordelen of verder onderzoek nodig is en welke stap daarna het meest passend is.
Hoe wordt slaapapneu vastgesteld door een arts in Nederland?
De diagnose begint bij de huisarts met een slaapanamnese en de Epworth Sleepiness Scale, gevolgd door verwijzing naar een specialist of thuisslaapregistratie afhankelijk van de klinische situatie.
In Nederland begint de diagnose slaapapneu doorgaans bij de huisarts, die op basis van klachten, risicofactoren en een gerichte anamnese beoordeelt of verder onderzoek nodig is. De huisarts neemt een uitgebreide slaapanamnese af, waarbij ook de bedpartner een waardevolle informatiebron kan zijn. Daarbij wordt gevraagd naar de aard en frequentie van het snurken, waargenomen ademstops, slaperigheid overdag en de invloed van klachten op het dagelijks functioneren.
Om de ernst van de slaperigheid overdag te objectiveren, wordt in de praktijk regelmatig gebruikgemaakt van de Epworth Sleepiness Scale (ESS), een gevalideerde vragenlijst waarbij de patiënt aangeeft hoe groot de kans is in te dommelen in alledaagse situaties. Een score van 11 of hoger wijst op overmatige slaperigheid en geeft aanleiding tot verder onderzoek.
Als de huisarts slaapapneu vermoedt, zijn er in Nederland twee mogelijke vervolgstappen:
-
Verwijzing naar een longarts, kno-arts of slaapcentrum voor gespecialiseerd onderzoek
-
Thuisonderzoek via een slaapregistratieapparaat, dat afhankelijk van regionale samenwerkingsafspraken en verzekeringscontracten soms ook vanuit de eerste lijn wordt georganiseerd
De keuze hangt af van de ernst van de klachten, de aanwezigheid van comorbiditeiten en de lokale zorgafspraken. Directe verwijzing naar een specialist en uitvoering van een volledige polysomnografie (PSG) is aangewezen bij:
-
Verdenking op centraal slaapapneu
-
Relevante comorbiditeit zoals hartfalen, ernstig COPD of neuromusculaire aandoeningen
-
Gebruik van opioïden
-
Verdenking op andere slaapstoornissen
-
Ernstige slaperigheid overdag met veiligheidsrisico's, zoals bij beroepschauffeurs
De eigen huisarts is het eerste aanspreekpunt voor vragen en niet-spoedeisende klachten. Buiten kantooruren is de huisartsenpost beschikbaar voor urgente vragen. Bel 112 uitsluitend bij een levensbedreigende situatie, zoals ernstige acute benauwdheid of bewustzijnsverlies, in Nederland.
Welke onderzoeken worden gebruikt bij de diagnose?
Polysomnografie (PSG) is de gouden standaard; bij een ongecompliceerd klinisch beeld volstaat respiratoire polygrafie thuis, waarbij de AHI de ernst van slaapapneu bepaalt.
De diagnose slaapapneu wordt bevestigd met een slaapregistratie, waarbij de ademhaling, het zuurstofgehalte in het bloed en andere fysiologische parameters tijdens de slaap worden gemeten. De keuze voor het type onderzoek hangt af van de klinische situatie.
Polysomnografie (PSG) is het meest uitgebreide onderzoek en geldt als de gouden standaard. Het vindt plaats in een gespecialiseerd slaapcentrum en meet gelijktijdig:
-
Hersenactiviteit (EEG)
-
Oogbewegingen (EOG)
-
Spieractiviteit (EMG)
-
Hartritme (ECG)
-
Ademhalingsbewegingen van borst en buik
-
Luchtstroom via neus en mond
-
Zuurstofsaturatie in het bloed
PSG geeft een volledig beeld van de slaaparchitectuur en is met name aangewezen bij complexe gevallen, verdenking op centraal slaapapneu, relevante comorbiditeiten of wanneer andere slaapstoornissen worden vermoed, conform de FMS/NVALT-KNO Richtlijn Obstructief Slaapapneu bij volwassenen.
Respiratoire polygrafie (thuisslaapregistratie) is een eenvoudiger alternatief dat thuis wordt uitgevoerd. Het apparaat meet minimaal de luchtstroom, ademhalingsbewegingen en zuurstofsaturatie. Dit onderzoek is minder belastend voor de patiënt en voldoende voor de diagnose bij een duidelijk klinisch beeld van obstructief slaapapneu zonder complicerende factoren. Belangrijk verschil: bij thuismetingen wordt vaak de Respiratory Event Index (REI) gerapporteerd, het aantal ademhalingsgebeurtenissen per geregistreerde tijd. Dit kan afwijken van de AHI bij PSG, die wordt berekend per uur daadwerkelijke slaap. Nachtelijke oximetrie alleen is onvoldoende om OSA met zekerheid aan te tonen of uit te sluiten.[11][10]
De uitkomst van beide onderzoeken wordt uitgedrukt in de Apneu-Hypopneu Index (AHI): het gemiddeld aantal apneus en hypopneus per uur slaap. De volgende classificatie geldt voor volwassenen: een AHI van 5 tot 15 geldt als licht, 15 tot 30 als matig en meer dan 30 als ernstig slaapapneu. Bij kinderen gelden andere drempelwaarden en criteria; bij verdenking op slaapapneu bij een kind is verwijzing naar een kno-arts of kinderarts aangewezen.[13][14] De AHI bepaalt mede welke behandeling wordt aanbevolen. Aanvullend kan een kno-arts de bovenste luchtweg beoordelen op anatomische oorzaken. De diagnostische onderzoeken zelf zijn niet-invasief en hebben minimale bijwerkingen.
Scientific References
- NHG-Standaard Slaapproblemen (inclusief obstructief slaapapneu).
- Zinnige Zorg – Verbetersignalement Obstructieve slaapapneu.
- Passende zorg verbetertraject – Obstructieve slaapapneu.
- Passende zorg dankzij aanpassing richtlijn slaapapneu.
- Slaap-apneu: symptomen, onderzoek, behandeling.
- Ik denk dat ik slaap-apneu heb.
- Obstructive sleep apnea syndrome in children. General Dentistry..
- Reliability and Efficacy of the Epworth Sleepiness Scale: Is There Still a Place for It? Nature and Science of Sleep..
- Sleep Diagnostics and Monitoring Technology in Obstructive Sleep Apnea. Continuum (Minneapolis, Minn.)..
- Type III home sleep testing versus pulse oximetry: is the respiratory disturbance index better than the oxygen desaturation index to predict the apnoea-hypopnoea index measured during laboratory polysomnography? BMJ Open..
- The role of nocturnal pulse oximetry in the screening for obstructive sleep apnea in obese children and adolescents. Sleep Medicine..
- Diagnostic Accuracy of the Alice NightOne Single-Belt Monitor for Obstructive Sleep Apnea and Reliability of Wireless Data Transfer. Nature and Science of Sleep..
- Limitations of the Apnea-Hypopnea Index in pediatric obstructive sleep apnea. A critical review: Toward a multiparametric approach. European Annals of Otorhinolaryngology, Head and Neck Diseases..
- Association of Pediatric Obstructive Sleep Apnea With Elevated Blood Pressure and Orthostatic Hypertension in Adolescence. JAMA Cardiology..
- Association between obstructive sleep apnea syndrome and blood pressure variability: a meta-analysis. Frontiers in Medicine..
- Guidelines for the diagnosis and treatment of obstructive sleep apnea in adults (2025). Zhonghua Jie He He Hu Xi Za Zhi..
- Expert consensus on the diagnosis and treatment of obstructive sleep apnea in women. Zhonghua Jie He He Hu Xi Za Zhi..
Frequently Asked Questions
Hoe stelt de huisarts de diagnose slaapapneu?
De huisarts neemt een uitgebreide slaapanamnese af en gebruikt de Epworth Sleepiness Scale om slaperigheid overdag te meten. Bij verdenking op slaapapneu verwijst de huisarts naar een specialist of regelt een thuisslaapregistratie.
Wat is het verschil tussen polysomnografie en thuisslaapregistratie?
Polysomnografie vindt plaats in een slaapcentrum en meet uitgebreid de slaaparchitectuur, inclusief hersenactiviteit en hartritme. Thuisslaapregistratie meet minimaal luchtstroom, ademhalingsbewegingen en zuurstofsaturatie en volstaat bij een ongecompliceerd klinisch beeld van obstructief slaapapneu.
Wat betekent de Apneu-Hypopneu Index (AHI) bij slaapapneu?
De AHI geeft het gemiddeld aantal apneus en hypopneus per uur slaap aan en bepaalt de ernst: een AHI van 5 tot 15 is licht, 15 tot 30 is matig en meer dan 30 is ernstig slaapapneu bij volwassenen.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.




