Gewichtsverlies
13
 min leestijd

Afvallen in de overgang: oorzaken en aanpak

Geschreven door
Bolt Med
Gepubliceerd
30.09.2026
Laatst bijgewerkt
09.10.2026

Afvallen in de overgang is voor veel vrouwen een uitdaging. Het basaalmetabolisme daalt, vet verschuift naar de buikstreek en slaapproblemen verstoren de energiebalans. Toch zijn er bewezen strategieën die helpen. In dit artikel leest u waarom gewichtsbeheersing in de overgang lastiger is, welke rol hormonen spelen, wat de wetenschap zegt over voeding en beweging, en wanneer medicamenteuze ondersteuning bespreekbaar is bij de huisarts.

Samenvatting: Afvallen in de overgang is moeilijker door een dalend basaalmetabolisme, hormonale veranderingen en slaapproblemen, maar een combinatie van krachttraining, eiwitrijke voeding en stressmanagement biedt effectieve ondersteuning.

  • De daling van oestrogeen bevordert opslag van visceraal buikvet, maar de totale gewichtstoename hangt vooral samen met leeftijd en leefstijl.
  • Spiermassaverlies (sarcopenie) verlaagt het energieverbruik in rust, waardoor gewichtsbeheersing lastiger wordt zonder extra inspanning.
  • Krachttraining gecombineerd met aerobe beweging is effectiever dan alleen cardio voor het verminderen van visceraal vet bij postmenopauzale vrouwen.
  • Medicamenteuze ondersteuning (semaglutide of tirzepatide) is bespreekbaar bij een BMI van 30 of hoger, altijd als aanvulling op leefstijlverandering.
  • In Nederland biedt de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) vergoede begeleiding bij overgewicht via de huisarts.
  • Bij aanhoudende klachten zoals extreme vermoeidheid of onverklaarbare gewichtstoename is controle van de schildklierfunctie zinvol.

Waarom val je in de overgang moeilijker af?

Afvallen in de overgang is moeilijker door een dalend basaalmetabolisme, verschuiving van vet naar de buikstreek en slaapproblemen die de eetlustregulatie verstoren. Spiermassaverlies verlaagt het energieverbruik verder.

Vrouwen in de overgang vallen moeilijker af doordat het basaalmetabolisme daalt, de vetverdeling verandert en slaapproblemen de energiebalans verstoren. Het is daarbij nuttig om onderscheid te maken: de verschuiving van vet naar de buikstreek hangt vooral samen met de menopauze zelf, terwijl een algehele gewichtstoename in deze levensfase vooral wordt verklaard door leeftijd en leefstijl.[16]

Het basaalmetabolisme, de hoeveelheid energie die het lichaam in rust verbrandt, neemt met het ouder worden geleidelijk af. Tegelijkertijd verschuift vet zich vaker naar de buikstreek, ook bij vrouwen die voorheen een ander vetpatroon hadden. Dit buikvet, ook wel visceraal vet genoemd, is metabolisch actiever dan onderhuids vet en hangt samen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en insulineresistentie.[17]

Slaapproblemen door opvliegers of nachtelijk zweten leiden tot vermoeidheid overdag, waardoor bewegen minder aantrekkelijk wordt en de eetlustregulatie verstoord raakt. Onderzoek wijst erop dat slaaptekort de concentratie van het hongerhormoon ghreline kan verhogen en de concentratie van het verzadigingshormoon leptine kan verlagen, wat bijdraagt aan een grotere eetlust.

Ten slotte speelt spiermassaverlies, ook wel sarcopenie genoemd, een belangrijke rol. Spierweefsel verbrandt meer energie dan vetweefsel. Wanneer spiermassa afneemt, daalt het energieverbruik verder. Dit maakt het voor vrouwen in de overgang lastiger om op gewicht te blijven, zelfs als zij niet meer eten dan voorheen. Het is dus een samenspel van hormonale, metabole en leefstijlgebonden factoren dat gewichtsbeheersing in deze levensfase bemoeilijkt.

In Nederland kunnen vrouwen met overgewicht via de huisarts worden verwezen naar een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI), een vergoede begeleiding gericht op voeding, beweging en gedrag. Meer informatie hierover is te vinden via thuisarts.nl.

Factor Mechanisme Gevolg voor gewicht Aanpak
Dalend oestrogeen Verminderde insulinegevoeligheid van vetcellen, veranderde vetopslagenzymes Meer visceraal buikvet, verhoogd risico op insulineresistentie Bespreek menopauzale hormoontherapie (MHT) met huisarts conform NHG-Standaard De overgang
Verlaagd basaalmetabolisme Leeftijdsgerelateerd spiermassaverlies (sarcopenie), minder energieverbruik in rust Gewichtstoename bij gelijkblijvende voedselinname Krachttraining minimaal twee dagen per week, conform Beweegrichtlijnen 2017
Slaapproblemen Opvliegers verhogen ghreline, verlagen leptine Grotere eetlust, minder beweging overdag Slaaphygiëne, mindfulness, cognitieve gedragstherapie
Verhoogd cortisol Chronische stress stimuleert viscerale vetopslag en eetlust voor calorierijke voeding Toename buikvet, moeilijker gewicht beheersen Stressreductie via ademhalingsoefeningen of mindfulness
Voedingspatroon Mediterraan dieet verbetert insulinegevoeligheid en vetverdeling Lager risico op gewichtstoename in peri- en postmenopauze Hogere eiwitinname, begeleiding door diëtist conform NIV Richtlijn Obesitas
Beweging Combinatie aerobe training en krachttraining vermindert visceraal vet effectiever dan aerobe training alleen Behoud spiermassa, betere insulinegevoeligheid Minimaal 150 minuten per week matig intensief bewegen, Beweegrichtlijnen 2017
Medicamenteuze ondersteuning Semaglutide (Wegovy) of tirzepatide (Mounjaro) als aanvulling op dieet en beweging, EMA-goedgekeurd Gewichtsreductie bij BMI 30 of hoger, of BMI 27 met comorbiditeit Alleen onder artstoezicht, niet vergoed via basisverzekering; controleer status bij zorgverzekeraar

Welke rol spelen hormonen bij gewichtstoename in de overgang?

Dalende oestrogeenspiegels bevorderen visceraal buikvetopslag en verhogen insulineresistentie. Cortisol en een relatief hoger androgeenniveau versterken dit effect.

De daling van oestrogeen is een belangrijke hormonale factor bij de veranderde vetverdeling tijdens de overgang. Oestrogeen beïnvloedt de gevoeligheid van vetcellen voor insuline, de activiteit van vetopslagenzymes en de verdeling van vet over het lichaam. Wanneer de oestrogeenspiegels dalen, neemt de opslag van visceraal buikvet toe. Energiebalans blijft daarbij bepalend voor het totale lichaamsgewicht: de menopauze verandert vooral waar vet wordt opgeslagen, niet automatisch hoeveel.

Naast oestrogeen verandert ook de verhouding tussen andere hormonen. Progesteron daalt eveneens; bij sommige vrouwen gaat dit gepaard met een opgeblazen gevoel, hoewel de onderliggende mechanismen niet volledig zijn opgehelderd. Tegelijkertijd stijgt het relatieve aandeel van androgenen, wat de neiging tot buikvetopslag verder kan versterken. Insulineresistentie, waarbij cellen minder goed reageren op insuline, kan toenemen naarmate de oestrogeenspiegels dalen. Dit maakt het lichaam gevoeliger voor koolhydraatrijke voeding en kan vetopslag bevorderen.

Het stresshormoon cortisol speelt ook een rol. Chronische stress, die in de overgangsperiode vaker voorkomt door slaapproblemen en psychosociale factoren, verhoogt de cortisolspiegel. Cortisol stimuleert de opslag van visceraal vet en verhoogt de eetlust, met name voor calorierijke voeding.

Tot slot neemt hypothyreoïdie vaker voor bij vrouwen van middelbare leeftijd, vaak door auto-immuunprocessen.[18] Dit is geen direct gevolg van de overgang, maar kan het metabolisme vertragen en klachten geven die lijken op overgangsklachten. Bij aanhoudende klachten zoals extreme vermoeidheid of onverklaarbare gewichtstoename is het zinvol om de schildklierfunctie te laten controleren door de huisarts in Nederland, die zo nodig TSH en FT4 kan bepalen.

Wat helpt echt bij afvallen tijdens de overgang?

Een combinatie van krachttraining, aerobe beweging, eiwitrijke voeding en aandacht voor slaap en stress is het meest effectief. Menopauzale hormoontherapie behandelt overgangsklachten, niet gewichtsverlies.

Een combinatie van regelmatige lichaamsbeweging, aanpassing van de voeding en aandacht voor slaap en stressmanagement is het meest effectief bij gewichtsbeheersing tijdens de overgang. Er bestaat geen enkelvoudige aanpak die voor alle vrouwen werkt, maar de wetenschappelijke literatuur wijst consistent op het belang van een duurzame leefstijlverandering in plaats van kortdurende diëten.

Krachttraining verdient bijzondere aandacht in deze levensfase. Door spiermassa op te bouwen of te behouden, stijgt het basaalmetabolisme, wat het makkelijker maakt om een gezond gewicht te handhaven. De Gezondheidsraad beveelt in de Beweegrichtlijnen 2017 aan om minimaal 150 minuten per week matig intensief te bewegen, aangevuld met spierversterkende oefeningen op ten minste twee dagen per week.[9] Aerobe activiteiten zoals wandelen, fietsen of zwemmen dragen bij aan het verbranden van calorieën en verbeteren de cardiovasculaire gezondheid.

Slaaphygiëne en stressreductie worden in de klinische praktijk nog weleens onderschat, maar zijn essentieel. Technieken zoals mindfulness, ademhalingsoefeningen of cognitieve gedragstherapie kunnen helpen bij het verbeteren van slaapkwaliteit en het verlagen van cortisolniveaus.

Vrouwen die merken dat overgangsklachten zoals opvliegers of stemmingswisselingen hun leefstijl ernstig belemmeren, kunnen dit bespreken met de huisarts. In sommige gevallen kan menopauzale hormoontherapie (MHT) worden overwogen voor de behandeling van overgangsklachten, waarbij de voor- en nadelen zorgvuldig worden afgewogen op basis van de individuele situatie conform de NHG-Standaard De overgang. MHT is niet bedoeld als behandeling voor gewichtsverlies.

In Nederland biedt de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) een gestructureerde, vergoede begeleiding bij overgewicht via de huisarts. Thuisarts.nl geeft toegankelijke informatie over afvallen met begeleiding en verwijzing naar de GLI.

Voeding en beweging: wat zegt het wetenschappelijk onderzoek?

Het mediterrane voedingspatroon en een hogere eiwitinname ondersteunen gewichtsbeheersing en spierbehoud. Combinatie van kracht- en aerobe training vermindert visceraal vet het meest effectief.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat een voedingspatroon rijk aan groenten, peulvruchten, volkoren granen, magere eiwitten en gezonde vetten het meest bijdraagt aan gewichtsbeheersing en metabole gezondheid tijdens de overgang. Het mediterrane voedingspatroon is in meerdere studies geassocieerd met een lager risico op gewichtstoename, een gunstigere vetverdeling en een betere insulinegevoeligheid bij vrouwen in de peri- en postmenopauze.

Eiwit verdient extra aandacht. Een hogere eiwitinname helpt bij het behoud van spiermassa, bevordert een langer verzadigingsgevoel en heeft een hoger thermisch effect dan koolhydraten of vetten, wat betekent dat het lichaam meer energie verbruikt bij de vertering ervan. De Richtlijn Obesitas van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) benadrukt dat een individueel afgestemd voedingsadvies, bij voorkeur begeleid door een diëtist, effectiever is dan een generiek dieet.

Wat betreft beweging tonen systematische reviews en gerandomiseerde studies aan dat de combinatie van aerobe training en krachttraining effectiever is dan alleen aerobe training voor het verminderen van visceraal vet bij postmenopauzale vrouwen.[19] Intervaltraining met hoge intensiteit, ook wel HIIT genoemd, kan tijdsefficiënt zijn en heeft gunstige effecten op insulinegevoeligheid en vetverbranding, maar is niet voor iedereen geschikt.[20][21] Vrouwen met gewrichtsklachten of cardiovasculaire aandoeningen doen er verstandig aan om de intensiteit van hun trainingsschema eerst te bespreken met de huisarts of een fysiotherapeut. Consistentie op de lange termijn weegt zwaarder dan de keuze voor een specifieke sportvorm.

Wanneer is medicamenteuze ondersteuning een optie om te bespreken?

Medicamenteuze ondersteuning is bespreekbaar bij een BMI van 30 of hoger, of 27 met gewichtsgerelateerde aandoeningen, altijd als aanvulling op leefstijlverandering onder medisch toezicht.

Medicamenteuze ondersteuning bij gewichtsbeheersing kan worden besproken wanneer leefstijlinterventies onvoldoende resultaat geven bij een BMI van 30 kg/m² of hoger, of bij een BMI van 27 kg/m² of hoger in combinatie met gewichtsgerelateerde aandoeningen zoals diabetes type 2 of hypertensie. Dit zijn de drempelwaarden die worden gehanteerd in de Europese productinformatie van goedgekeurde geneesmiddelen voor gewichtsbeheersing, zoals semaglutide (Wegovy) en tirzepatide (Mounjaro). De Europese Commissie heeft beide middelen een handelsvergunning verleend op basis van een positief advies van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).[1][2] De actuele Nederlandse productinformatie is raadpleegbaar via de CBG-MEB Geneesmiddeleninformatiebank en het Farmacotherapeutisch Kompas.

In Nederland worden geneesmiddelen voor gewichtsbeheersing in de meeste gevallen niet vergoed vanuit de basisverzekering; de vergoedingssituatie kan wijzigen. Het Zorginstituut Nederland beoordeelt periodiek of vergoeding onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komt. Het is raadzaam om de actuele vergoedingsstatus te controleren bij de eigen zorgverzekeraar of via de huisarts.

Deze geneesmiddelen worden altijd ingezet als aanvulling op een verlaagd-calorisch dieet en meer bewegen, onder toezicht van een arts, conform de goedgekeurde productinformatie.

Bijwerkingen van semaglutide en tirzepatide, zoals misselijkheid, braken en andere maagdarmklachten, komen frequent voor, met name bij het ophogen van de dosis.[1][2] Acute pancreatitis is zowel in klinische studies als in post-marketingrapportages gemeld.[1][2] Andere belangrijke waarschuwingen uit de productinformatie zijn onder meer: een verhoogd risico op hypoglykemie bij gelijktijdig gebruik van sulfonylureumderivaten of insuline; het risico op ernstige uitdroging bij aanhoudende maagdarmklachten; vertraagde maagontlediging (gastroparese), wat ook de werking van andere geneesmiddelen kan beïnvloeden; en een verhoogd aspiratierisico bij algehele anesthesie of sedatie. Voor semaglutide (Wegovy) is daarnaast een signaal beschreven van niet-arteritische anterieure ischemische opticopathie (NAION), een zeldzame aandoening van de oogzenuw; patiënten met plotselinge visusklachten dienen direct medische hulp te zoeken.[10][11] Vrouwen die bijwerkingen ervaren, kunnen deze melden bij Bijwerkingencentrum Lareb.

Bij ernstige klachten zoals hevige buikpijn of plotselinge visusveranderingen dient direct contact te worden opgenomen met de huisarts. Buiten kantooruren is de huisartsenpost beschikbaar voor urgente vragen. Bij levensbedreigende situaties geldt: bel 112.

Scientific References

  1. .
  2. .
  3. .
  4. .
  5. .
  6. .
  7. .
  8. .
  9. .
  10. .
  11. .
  12. .
  13. .
  14. .
  15. .
  16. .
  17. .
  18. .
  19. .
  20. .
  21. .
  22. .
  23. .
  24. .
  25. .
  26. .

Frequently Asked Questions

Waarom kom ik aan in de overgang, ook als ik niet meer eet dan voorheen?

Door dalende oestrogeenspiegels, spiermassaverlies en een lager basaalmetabolisme verbrandt uw lichaam minder energie in rust. Hierdoor kan gewichtstoename optreden zelfs zonder verandering in eetgewoonten.

Welke sport is het meest effectief bij afvallen in de overgang?

De combinatie van krachttraining en aerobe beweging, zoals wandelen of fietsen, is wetenschappelijk het meest effectief voor het verminderen van visceraal buikvet bij postmenopauzale vrouwen. De Gezondheidsraad adviseert minimaal 150 minuten matig intensief bewegen per week, aangevuld met spierversterkende oefeningen op ten minste twee dagen.

Kan menopauzale hormoontherapie helpen bij afvallen?

Menopauzale hormoontherapie (MHT) is bedoeld voor de behandeling van overgangsklachten zoals opvliegers, niet als middel voor gewichtsverlies. Bespreek de voor- en nadelen van MHT met uw huisarts op basis van uw persoonlijke situatie.


Redactionele verantwoording

De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.

Disclaimer

Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.