Gezond BMI berekenen: formule en uitleg
Gezond BMI berekenen doet u met een eenvoudige formule: deel uw gewicht in kilogram door uw lengte in meters in het kwadraat. Voor de meeste volwassenen geldt een BMI tussen 18,5 en 24,9 als gezond, volgens de WHO en de NHG-Standaard Obesitas. De uitkomst geeft een globale indruk van uw gewicht, maar vertelt niets over vetdistributie of spiermassa. In dit artikel leest u hoe u de berekening stap voor stap uitvoert, wat de uitslag betekent voor uw leeftijd en lichaamsbouw, en wanneer u een afwijkende BMI met uw huisarts bespreekt.
Samenvatting: Een gezonde BMI berekent u door uw gewicht in kg te delen door uw lengte in meters kwadraat, waarbij een uitkomst tussen 18,5 en 24,9 als gezond geldt voor de meeste volwassenen.
- De BMI-formule is: gewicht (kg) gedeeld door lengte (m) kwadraat, een internationale WHO-standaard.
- Een BMI onder 18,5 wijst op ondergewicht, 25 tot 29,9 op overgewicht en 30 of hoger op obesitas.
- De standaard BMI-grenzen zijn minder betrouwbaar bij ouderen, kinderen, zwangere vrouwen, krachtsporters en mensen met een Zuid- of Oost-Aziatische achtergrond.
- De middelomtrek is een aanvullende maat: boven 88 cm bij vrouwen en boven 102 cm bij mannen wijst op verhoogd cardiometabool risico.
- Een BMI van 30 of hoger is conform de NHG-Standaard Obesitas altijd een reden om dit met de huisarts te bespreken.
- De Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) is onder bepaalde voorwaarden vergoed via de basisverzekering en toegankelijk via verwijzing door de huisarts.
Table of Contents
Wat is een gezonde BMI en hoe bereken je die zelf?
Een gezonde BMI ligt tussen 18,5 en 24,9 en wordt berekend door het gewicht in kg te delen door de lengte in meters kwadraat. De middelomtrek is een belangrijke aanvullende maat naast de BMI.
Een gezonde BMI ligt voor de meeste volwassenen tussen 18,5 en 24,9.[1][3] BMI staat voor Body Mass Index en is een maat die het lichaamsgewicht in verhouding brengt tot de lichaamslengte. De waarde geeft een globale indruk van of iemand een gezond gewicht heeft, maar zegt niets over de verdeling van vet en spierweefsel in het lichaam.
De berekening is eenvoudig en vereist alleen uw gewicht in kilogram en uw lengte in meters. U deelt uw gewicht door uw lengte in het kwadraat. Iemand van 75 kg en 1,75 m heeft dus een BMI van 75 gedeeld door (1,75 maal 1,75), wat uitkomt op ongeveer 24,5. Dat valt binnen het gezonde bereik.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de NHG-Standaard Obesitas hanteren de volgende indeling voor volwassenen:
-
Onder 18,5: ondergewicht
-
18,5 tot 24,9: gezond gewicht
-
25,0 tot 29,9: overgewicht
-
30,0 of hoger: obesitas
Deze grenzen zijn vastgesteld op basis van bevolkingsonderzoek naar het risico op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Ze gelden als richtlijn, niet als absolute grens. Een BMI net buiten het gezonde bereik betekent niet automatisch dat er sprake is van een gezondheidsprobleem.
Andere factoren spelen een minstens even belangrijke rol bij de beoordeling van het gewicht door een zorgverlener. De middelomtrek is daar een voorbeeld van: een omtrek boven 88 cm bij vrouwen en boven 102 cm bij mannen wijst op een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, ongeacht de BMI.[1][6] Ook bloeddruk en bloedwaarden zijn relevant. Meet de middelomtrek op het smalste punt van de romp, halverwege de onderste ribbenboog en de heupkam, na een normale uitademing.[1]
| BMI-categorie | BMI-waarde | Betekenis | Aandachtspunten |
|---|---|---|---|
| Ondergewicht | Onder 18,5 | Te laag lichaamsgewicht ten opzichte van lengte | Raadpleeg huisarts, zeker bij onbedoeld gewichtsverlies of BMI onder 22 bij 70-plussers |
| Gezond gewicht | 18,5 tot 24,9 | Gewicht binnen normaal bereik voor de meeste volwassenen | Middelomtrek en bloedwaarden blijven relevante aanvullende maten |
| Overgewicht | 25,0 tot 29,9 | Verhoogd risico op gewichtsgerelateerde aandoeningen | Bespreek met huisarts bij extra risicofactoren zoals hoge bloeddruk of grote middelomtrek |
| Obesitas klasse I | 30,0 tot 34,9 | Duidelijk verhoogd risico, conform WHO en NHG-Standaard Obesitas | Altijd bespreken met huisarts; GLI mogelijk vergoed via basisverzekering |
| Obesitas klasse II | 35,0 tot 39,9 | Sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 | Verwijzing naar diëtist, internist of gespecialiseerd programma via huisarts |
| Obesitas klasse III | 40,0 of hoger | Ernstig verhoogd risico, intensieve begeleiding noodzakelijk | Multidisciplinaire behandeling; bespreek opties met huisarts |
| Aangepaste grens (Aziatische achtergrond) | Overgewicht vanaf 23, obesitas vanaf 27,5 | Hoger vetpercentage en diabetesrisico bij gelijke BMI | Lagere middelomtrekdrempels: 80 cm (vrouwen) en 90 cm (mannen); overleg met huisarts |
BMI berekenen: de formule en wat de uitkomst betekent
De BMI-formule is kg/m² en een uitkomst van 30 of hoger duidt op obesitas, onderverdeeld in drie klassen conform de NHG-Standaard Obesitas. De BMI is een screeningsinstrument, geen diagnose.
De formule voor het berekenen van de BMI is: gewicht (kg) gedeeld door lengte (m) kwadraat, of in symbolen: BMI = kg/m². Dit is een internationale standaard die door de WHO en Nederlandse richtlijnen zoals de NHG-Standaard Obesitas wordt gebruikt.
Een rekenvoorbeeld stap voor stap:
- Noteer uw gewicht, bijvoorbeeld 82 kg.
- Noteer uw lengte in meters, bijvoorbeeld 1,68 m.
- Bereken het kwadraat van uw lengte: 1,68 maal 1,68 = 2,8224.
- Deel uw gewicht door dit getal: 82 gedeeld door 2,8224 = ongeveer 29,1.
- Een uitkomst van 29,1 valt in de categorie overgewicht.
De uitkomst is een getal zonder eenheid. Hoe hoger de BMI boven 25, hoe groter in het algemeen het risico op gewichtsgerelateerde aandoeningen, al hangt dit ook af van leeftijd, geslacht, middelomtrek en eventuele andere risicofactoren. De BMI is een screeningsinstrument en geen diagnostisch hulpmiddel. Een verhoogde BMI is een signaal om verder te kijken, niet een diagnose op zichzelf.
Bij een BMI van 30 of hoger spreekt men van obesitas, wat conform de NHG-Standaard Obesitas en de WHO-classificatie verder wordt onderverdeeld in klasse I (30 tot 34,9), klasse II (35 tot 39,9) en klasse III (40 of hoger).[1][3] Deze indeling helpt zorgverleners in Nederland om te bepalen welke begeleiding of behandeling passend is. Bij een BMI onder 18,5 is er sprake van ondergewicht, wat eveneens medische aandacht verdient, omdat dit kan wijzen op ondervoeding of een onderliggende aandoening.
Klopt mijn BMI-uitslag wel voor mijn leeftijd en lichaamsbouw?
De standaard BMI-formule is minder betrouwbaar bij ouderen, kinderen, krachtsporters en mensen met een Zuid- of Oost-Aziatische achtergrond. Voor deze groepen gelden aangepaste grenswaarden of aanvullende maten.
De standaard BMI-formule is het meest betrouwbaar voor volwassenen tussen 18 en 70 jaar met een gemiddelde lichaamsbouw, maar schiet tekort bij bepaalde groepen. Bij ouderen, kinderen, zwangere vrouwen en mensen met een sterk gespierd lichaam geeft de BMI een minder nauwkeurig beeld van de werkelijke gezondheidstoestand.
Ouderen (70 jaar en ouder) hebben vaak minder spiermassa en meer vetweefsel dan jongere volwassenen met dezelfde BMI. Volgens de Richtlijn Ondervoeding (Landelijke Stuurgroep Ondervoeding) geldt een BMI onder 22 bij mensen van 70 jaar en ouder als een criterium voor mogelijk ondervoedingsrisico. Dit betekent niet dat elke BMI boven 22 automatisch gezond is, maar wel dat een te laag gewicht op hogere leeftijd extra aandacht verdient vanwege het verhoogde risico op vallen en ondervoeding.
Kinderen en jongeren worden beoordeeld met groeicurven en leeftijds- en geslachtsspecifieke BMI-percentielen, zoals vastgelegd in de JGZ-richtlijn Overgewicht van het NCJ en TNO en gebruikt in de jeugdgezondheidszorg.[3] De vaste grenzen voor volwassenen zijn op hen niet van toepassing.
Mensen met veel spiermassa, zoals krachtsporters, kunnen een BMI boven 25 hebben zonder dat er sprake is van overmatig vetweefsel. In dat geval is de middelomtrek een aanvullende maat: een omtrek boven 88 cm bij vrouwen en boven 102 cm bij mannen wijst op een verhoogd cardiometabool risico, ongeacht de BMI.[1][6]
Mensen met een Zuid-Aziatische of Oost-Aziatische achtergrond hebben bij dezelfde BMI gemiddeld een hoger percentage lichaamsvet en een hoger risico op diabetes type 2. Op basis van het WHO Expert Consultation-rapport uit 2004 worden voor veel Aziatische populaties lagere grenswaarden gehanteerd: overgewicht vanaf een BMI van 23 en obesitas vanaf een BMI van 27,5.[7] Voor de middelomtrek gelden voor deze groepen vaak lagere drempels, zoals 80 cm bij vrouwen en 90 cm bij mannen. Bespreek met uw huisarts of de standaardgrenzen op uw situatie van toepassing zijn.
Wanneer is een afwijkende BMI reden om naar de huisarts te gaan?
Een BMI van 30 of hoger is altijd een reden om de huisarts te raadplegen, evenals een BMI onder 18,5 of onbedoeld gewichtsverlies van meer dan 5% in 6 tot 12 maanden.
Conform de NHG-Standaard Obesitas is een BMI van 30 of hoger altijd een reden om dit met uw eigen huisarts te bespreken.[1][3] Bij een BMI tussen 25 en 29,9 is een gesprek met de huisarts zinvol als er ook andere risicofactoren aanwezig zijn, zoals een grote middelomtrek, hoge bloeddruk, een familiegeschiedenis van diabetes of hart- en vaatziekten, of tekenen van prediabetes.
Ga naar uw huisarts als:
-
Uw BMI 30 of hoger is.
-
Uw BMI tussen 25 en 29,9 ligt in combinatie met een grote middelomtrek, hoge bloeddruk, familiaire belasting of andere risicofactoren.
-
Uw BMI onder 18,5 ligt, zeker als u onbedoeld gewicht bent verloren.
-
U onbedoeld meer dan 5% van uw lichaamsgewicht bent verloren in 6 tot 12 maanden, ook als uw BMI nog binnen het normale bereik valt.
-
U andere alarmsymptomen heeft, zoals aanhoudende vermoeidheid, nachtzweten, langdurige koorts of bloed bij de ontlasting.
-
Uw gewicht snel verandert zonder duidelijke reden, in welke richting dan ook.
-
U zich zorgen maakt over uw eetpatroon of lichaamsgewicht en niet weet hoe u dit kunt aanpakken.
Bij spoedeisende klachten, zoals ernstige pijn op de borst, plotselinge kortademigheid of bewustzijnsverlies, belt u 112. Voor dringende vragen buiten kantooruren kunt u de huisartsenpost bellen.
Tijdens een consult kan de huisarts in Nederland aanvullend onderzoek overwegen, zoals meting van de bloeddruk en middelomtrek, een nuchtere bloedglucose of HbA1c, en een lipidenprofiel, afhankelijk van uw situatie en risicoprofiel.
In Nederland wordt de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) onder bepaalde voorwaarden vergoed via de basisverzekering. De GLI is een programma gericht op duurzame gedragsverandering op het gebied van voeding, beweging en mentale gezondheid. Het Zorginstituut Nederland heeft de criteria voor deze vergoeding vastgesteld. Toegang verloopt in Nederland via verwijzing door uw eigen huisarts. Uw huisarts kan u informeren over wat in uw situatie van toepassing is en u zo nodig doorverwijzen naar een diëtist, internist of gespecialiseerd behandelprogramma.
Een BMI-berekening is een nuttig startpunt, maar de uitkomst krijgt pas betekenis in de context van uw volledige gezondheidssituatie.
Scientific References
- Obesitas | NHG-Richtlijnen (NHG-Standaard Obesitas).
- Totstandkoming en methoden – NHG-Standaard Obesitas (M95).
- Obesitas | NHG Multidisciplinaire Richtlijnen.
- Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) (Zvw).
- Standpunt gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) bij overgewicht en obesitas.
- Obesitaszorg en zorg bij overgewicht.
- Appropriate body-mass index for Asian populations and its implications for policy and intervention strategies. WHO Expert Consultation. Lancet. 2004;363(9403):157-163..
- Diabetes mellitus type 2 | NHG-Richtlijnen.
- Obesitas – Farmacotherapeutisch Kompas.
Frequently Asked Questions
Hoe bereken ik mijn BMI zelf?
Deel uw gewicht in kilogram door uw lengte in meters kwadraat. Iemand van 80 kg en 1,75 m heeft een BMI van 80 gedeeld door (1,75 maal 1,75), wat uitkomt op ongeveer 26,1.
Wat is een gezonde BMI voor volwassenen?
Voor de meeste volwassenen geldt een BMI tussen 18,5 en 24,9 als gezond, conform de WHO-classificatie en de NHG-Standaard Obesitas. Een BMI buiten dit bereik is een signaal om verder te kijken, maar geen diagnose op zichzelf.
Is de BMI-berekening voor iedereen even betrouwbaar?
Nee, de standaard BMI-formule is minder nauwkeurig bij ouderen, kinderen, zwangere vrouwen, krachtsporters en mensen met een Zuid- of Oost-Aziatische achtergrond. Voor deze groepen zijn aanvullende maten zoals de middelomtrek of aangepaste grenswaarden van belang.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.



