Hoe herken je prediabetes: signalen en diagnose
Hoe herken je prediabetes voordat het uitgroeit tot diabetes mellitus type 2? Prediabetes verloopt vaak zonder duidelijke klachten, waardoor het bij velen onopgemerkt blijft. Toch zijn er signalen en risicofactoren die aanleiding geven tot bloedonderzoek. In dit artikel leest u wat prediabetes is, welke symptomen en risicofactoren een rol spelen, hoe de huisarts de diagnose stelt en wanneer begeleiding of behandeling nodig is.
Samenvatting: Prediabetes herken je zelden aan klachten, maar wel aan risicofactoren zoals overgewicht en familiegeschiedenis, en wordt bevestigd via bloedonderzoek bij de huisarts.
- Prediabetes is vastgesteld bij een nuchtere bloedglucose van 6,1 tot 6,9 mmol/L of een HbA1c van 42 tot 47 mmol/mol, volgens de NHG-Standaard.
- De aandoening verloopt meestal symptoomloos; vage signalen zoals vermoeidheid na maaltijden of toegenomen dorst kunnen soms optreden.
- Risicofactoren zijn overgewicht, verhoogde buikomvang, leeftijd boven 45 jaar, familiegeschiedenis van diabetes en eerder doorgemaakte zwangerschapsdiabetes.
- De huisarts stelt prediabetes vast via gerichte opsporing bij risicogroepen, niet via bevolkingsscreening.
- Leefstijlbegeleiding, waaronder een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI), is de hoeksteen van de behandeling; medicatie is in de meeste gevallen niet geïndiceerd.
- Periodieke controle van bloedglucose of HbA1c, doorgaans na 3 tot 6 maanden, is nodig om progressie naar diabetes te bewaken.
Inhoudsopgave
Wat is prediabetes en hoe ontstaat het?
Prediabetes is een toestand met bloedglucosewaarden boven normaal maar onder de diabetesgrens, veroorzaakt door insulineresistentie. Leefstijlbegeleiding kan de overgang naar diabetes mellitus type 2 vertragen of voorkomen.
Prediabetes, of 'hoog risico op diabetes mellitus type 2', is een toestand waarbij de bloedglucosewaarden hoger zijn dan normaal, maar nog niet hoog genoeg om de diagnose diabetes mellitus type 2 te stellen. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 hanteert in Nederland de volgende grenswaarden: een nuchtere bloedglucose tussen 6,1 en 6,9 mmol/L, of een HbA1c-waarde tussen 42 en 47 mmol/mol. Belangrijk is dat deze waarden duiden op een verhoogd risico op diabetes, en niet op een diabetesdiagnose zelf. De term 'prediabetes' en 'hoog risico op DM2' worden in de Nederlandse praktijk naast elkaar gebruikt; de NHG spreekt bij voorkeur van 'hoog risico'.
De aandoening ontstaat doordat de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline, een proces dat insulineresistentie wordt genoemd. De alvleesklier compenseert dit aanvankelijk door meer insuline aan te maken, maar raakt op den duur overbelast. Daardoor stijgt de bloedglucose geleidelijk. Factoren die dit proces bevorderen zijn onder meer overgewicht, onvoldoende lichaamsbeweging, een ongezond voedingspatroon, hogere leeftijd, een positieve familiegeschiedenis voor diabetes en een eerder doorgemaakte zwangerschapsdiabetes.
Bij een deel van de mensen met prediabetes kunnen de bloedglucosewaarden normaliseren met intensieve leefstijlbegeleiding, maar dit is niet bij iedereen het geval en niet altijd blijvend. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 en Thuisarts.nl benadrukken dat leefstijlbegeleiding, gericht op meer bewegen, gezonder eten en gewichtsreductie, de hoeksteen vormt van de aanpak in dit stadium en de overgang naar diabetes mellitus type 2 kan vertragen of voorkomen.
| Signaal of criterium | Omschrijving | Frequentie / ernst | Actie |
|---|---|---|---|
| Nuchtere bloedglucose verhoogd | Waarde tussen 6,1 en 6,9 mmol/L (NHG-Standaard DM2) | Geen klachten, alleen via bloedonderzoek aantoonbaar | Herhaal meting of vraag HbA1c aan bij huisarts |
| HbA1c verhoogd | Waarde tussen 42 en 47 mmol/mol (NHG-Standaard DM2) | Geen klachten, alleen via bloedonderzoek aantoonbaar | Bespreek risicoprofiel en leefstijlbegeleiding met huisarts |
| Vermoeidheid na maaltijden | Aspecifiek signaal, met name na koolhydraatrijke maaltijden | Wisselend, niet specifiek voor prediabetes | Raadpleeg huisarts bij aanwezige risicofactoren |
| Toegenomen dorst en vaker plassen | Minder uitgesproken dan bij manifeste diabetes mellitus type 2 | Aspecifiek, kan ook andere oorzaken hebben | Raadpleeg huisarts voor bloedonderzoek |
| Acanthosis nigricans | Donkere verkleuringen in huidplooien (nek, oksels), samenhangend met insulineresistentie | Niet altijd aanwezig, maar specifiek signaal | Raadpleeg huisarts voor verdere evaluatie |
| Risicofactoren zonder klachten | Overgewicht, buikomvang boven 88 cm (vrouwen) of 102 cm (mannen), familiegeschiedenis DM2, zwangerschapsdiabetes, PCOS | Betrouwbaarder signaal dan klachten; prediabetes verloopt vaak symptoomloos | Gebruik FINDRISC-vragenlijst, laat bloedonderzoek uitvoeren bij huisarts |
| Gestoorde glucosetolerantie (OGTT) | 2-uurs plasmaglucose tussen 7,8 en 11,0 mmol/L bij orale glucosetolerantietest | Vastgesteld via aanvullend onderzoek bij twijfel of grenswaarden | Start leefstijlbegeleiding, overweeg verwijzing naar gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) |
Welke klachten en signalen wijzen op prediabetes?
Prediabetes veroorzaakt meestal geen klachten; vage signalen zoals vermoeidheid, toegenomen dorst en acanthosis nigricans kunnen optreden. Risicofactoren herkennen is betrouwbaarder dan klachten herkennen.
Prediabetes veroorzaakt in de meeste gevallen geen duidelijke klachten, waardoor de aandoening vaak pas wordt ontdekt bij bloedonderzoek dat om een andere reden wordt aangevraagd. Dit is precies waarom gerichte opsporing bij mensen met risicofactoren zo belangrijk is: de afwezigheid van klachten sluit prediabetes niet uit.
Toch kunnen sommige mensen vage, aspecifieke signalen ervaren die aanleiding kunnen geven tot verder onderzoek:
-
Vermoeidheid, met name na maaltijden die rijk zijn aan koolhydraten
-
Toegenomen dorst of een droge mond, hoewel dit minder uitgesproken is dan bij manifeste diabetes
-
Vaker plassen dan gebruikelijk
-
Wazig zien, dat kan optreden bij wisselende bloedglucosewaarden
-
Donkere verkleuringen van de huid in huidplooien, zoals in de nek of oksels, een verschijnsel dat acanthosis nigricans wordt genoemd en samenhangt met insulineresistentie
Klachten als langzame wondgenezing of terugkerende infecties passen eerder bij manifeste diabetes dan bij prediabetes alleen. Als dergelijke klachten optreden, is dat reden om de eigen huisarts te raadplegen, ook om diabetes uit te sluiten.
De genoemde signalen zijn niet specifiek voor prediabetes en kunnen ook bij andere aandoeningen voorkomen. Thuisarts.nl benadrukt dat mensen met risicofactoren hun huisarts kunnen raadplegen voor een bloedtest. Risicofactoren zijn onder meer overgewicht, een buikomvang boven 88 cm bij vrouwen of 102 cm bij mannen, of een familielid met diabetes type 2.[1][2] Voor mensen met een niet-westerse etnische achtergrond, zoals mensen van Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Zuid-Aziatische afkomst, gelden in Nederland lagere drempelwaarden voor buikomvang en BMI, omdat het risico op diabetes bij een lagere lichaamsomvang al verhoogd kan zijn. Het herkennen van risicofactoren is in de praktijk betrouwbaarder dan het herkennen van klachten, juist omdat prediabetes zo vaak symptoomloos verloopt.
Hoe stelt een huisarts prediabetes vast in Nederland?
De huisarts stelt prediabetes vast via nuchtere bloedglucose of HbA1c-meting, aangevuld met het totale risicoprofiel. Gerichte opsporing bij risicogroepen, niet bevolkingsscreening, is het uitgangspunt in Nederland.
In Nederland stelt de huisarts prediabetes of een hoog risico op diabetes mellitus type 2 vast op basis van bloedonderzoek, waarbij de nuchtere bloedglucose of de HbA1c-waarde wordt gemeten. Volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 spreekt men van een verhoogd risico wanneer de nuchtere bloedglucose ligt tussen 6,1 en 6,9 mmol/L, of wanneer de HbA1c-waarde uitkomt tussen 42 en 47 mmol/mol. Bij twijfel of bij een waarde die dicht bij de grens ligt, kan de huisarts de meting herhalen of aanvullend een orale glucosetolerantietest (OGTT) laten uitvoeren. Bij een OGTT duidt een 2-uurs plasmaglucosewaarde tussen 7,8 en 11,0 mmol/L op een gestoorde glucosetolerantie, wat eveneens als prediabetes wordt beschouwd.[1]
De huisarts zal bij de beoordeling ook het totale risicoprofiel meewegen. Daarbij kijkt hij of zij naar:
-
Leeftijd (verhoogd risico vanaf 45 jaar)
-
Gewicht en buikomvang (met aandacht voor etnische achtergrond)
-
Bloeddruk en cholesterolwaarden
-
Familiegeschiedenis van diabetes of hart- en vaatziekten
-
Eerder vastgestelde zwangerschapsdiabetes of polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS)
In Nederland gaat het bij opsporing van prediabetes om gerichte opsporing (case-finding) bij mensen met een of meer risicofactoren, niet om bevolkingsscreening.[1] De huisarts kan hiervoor gebruikmaken van de Diabetes Risico Test, die in Nederland is gebaseerd op de FINDRISC-vragenlijst.[1] Deze vragenlijst schat het risico in zonder direct bloedonderzoek te vereisen en is bedoeld voor gebruik bij risicogroepen in de eerstelijnszorg. Wanneer de uitslag een verhoogd risico aangeeft, volgt alsnog bloedonderzoek ter bevestiging.
Wanneer is behandeling of begeleiding nodig?
Begeleiding is nodig zodra prediabetes is vastgesteld; de eerste stap is altijd leefstijlbegeleiding, eventueel via een vergoede gecombineerde leefstijlinterventie. Medicamenteuze behandeling maakt geen deel uit van de standaardzorg bij prediabetes.
Begeleiding is nodig zodra prediabetes of een hoog risico op diabetes mellitus type 2 is vastgesteld, omdat tijdig ingrijpen de kans op het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2 aanzienlijk kan verkleinen. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 is eenduidig: de eerste stap is altijd leefstijlbegeleiding, gericht op gezondere voeding, meer beweging en, indien van toepassing, gewichtsreductie. In Nederland kan de huisarts hiervoor doorverwijzen naar een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Een GLI kan onder bepaalde voorwaarden worden vergoed vanuit de basisverzekering; het Zorginstituut Nederland en het RIVM Loket Gezond Leven geven actuele informatie over de vergoedingsvoorwaarden en erkende programma's.
Medicamenteuze behandeling is bij prediabetes in de meeste gevallen niet geïndiceerd en maakt geen onderdeel uit van de standaardzorg in Nederland, zoals beschreven in de NHG-Standaard.[1][6] De focus ligt op het aanpakken van onderliggende risicofactoren via leefstijl.
De huisarts zal de bloedglucosewaarden periodiek controleren om te beoordelen of de situatie stabiel blijft, verbetert of verslechtert. Conform de NHG-Standaard wordt bij een verhoogd risico doorgaans na 3 tot 6 maanden een herhalingsmeting van de HbA1c of nuchtere glucose aanbevolen, afhankelijk van het totale risicoprofiel.[1] Wanneer de waarden ondanks leefstijlveranderingen verder stijgen en de grens voor diabetes mellitus type 2 naderen, zal de huisarts het beleid aanpassen en de begeleiding intensiveren.
Raadpleeg de eigen huisarts als u risicofactoren herkent of als u zich zorgen maakt over uw bloedglucose. Bij plotselinge ernstige klachten zoals verwardheid, sufheid of bewustzijnsverlies belt u in Nederland 112. Voor dringende vragen buiten kantooruren kunt u terecht bij de huisartsenpost.
Als u tijdens een behandeling met geneesmiddelen onverwachte bijwerkingen ervaart, kunt u deze melden bij Bijwerkingencentrum Lareb.
Wetenschappelijke bronnen
- NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.
- NHG-Standaard Obesitas.
- Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) (Zvw).
- Standpunt gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) bij overgewicht en obesitas.
- Preventie bij overgewicht en obesitas: de gecombineerde leefstijlinterventie.
- Diabetes mellitus type 2.
- Acanthosis nigricans and diabetes risk factors.
- Is Acanthosis Nigricans a Marker for Metabolic Syndrome? A Systematic Review.
- Evidence-based ranking of diabetes prevention in prediabetes: A comprehensive network meta-analysis of 378 randomised controlled trials.
- Identifying Promising Practices in Lifestyle Intervention Programs for the Prediabetes Population: A Meta-Analysis and Meta-Regression of Randomized Controlled Trials.
Veelgestelde vragen
Kan prediabetes vanzelf overgaan zonder behandeling?
Bij een deel van de mensen kunnen de bloedglucosewaarden normaliseren met intensieve leefstijlbegeleiding, maar dit is niet bij iedereen het geval en niet altijd blijvend. Zonder aanpassing van leefstijl is de kans op progressie naar diabetes mellitus type 2 aanzienlijk.
Welke bloedwaarden wijzen op prediabetes in Nederland?
Volgens de NHG-Standaard spreekt men van prediabetes bij een nuchtere bloedglucose tussen 6,1 en 6,9 mmol/L, of een HbA1c tussen 42 en 47 mmol/mol. Een 2-uurs glucosewaarde van 7,8 tot 11,0 mmol/L bij een orale glucosetolerantietest wijst eveneens op prediabetes.
Wanneer moet ik naar de huisarts voor een bloedtest op prediabetes?
Raadpleeg de huisarts als u een of meer risicofactoren heeft, zoals overgewicht, een verhoogde buikomvang, een familielid met diabetes type 2 of een leeftijd boven 45 jaar. De huisarts kan dan gericht bloedonderzoek aanvragen om prediabetes op te sporen.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.




