Gewichtsverlies
10
 min leestijd

Hoe weet ik of ik overgewicht heb?

Geschreven door
Bolt Med
Gepubliceerd
11.10.2026
Laatst bijgewerkt
11.10.2026

Hoe weet ik of ik overgewicht heb? Dat bepaal je met twee eenvoudige metingen: de Body Mass Index (BMI) en de buikomvang. Een BMI tussen 25 en 30 wijst op overgewicht; een waarde van 30 of hoger duidt op obesitas. De buikomvang geeft aanvullende informatie over buikvet en het bijbehorende gezondheidsrisico. Samen bieden deze maten een betrouwbaar startpunt, al spelen factoren zoals leeftijd, spiermassa en etnische achtergrond een rol bij de interpretatie. Twijfel je over de uitkomst, bespreek dit dan met je huisarts.

Samenvatting: Je hebt overgewicht als je BMI tussen 25 en 30 valt, of als je buikomvang boven 94 cm (mannen) of 80 cm (vrouwen) uitkomt.

  • BMI berekenen: gewicht in kg gedeeld door lengte in meters kwadraat; 25 tot 30 is overgewicht, 30 of hoger is obesitas.
  • Buikomvang meten halverwege onderste rib en heupkam, ontspannen uitgeademd; verhoogd risico bij 94 cm of meer (mannen) en 80 cm of meer (vrouwen).
  • Voor mensen met een Zuid-Aziatische of Oost-Aziatische achtergrond gelden lagere grenswaarden: overgewicht al bij BMI 23 of hoger.
  • Buikvet (visceraal vet) verhoogt het risico op diabetes type 2, hart- en vaatziekten en andere chronische aandoeningen.
  • Bij overgewicht met bijkomende aandoeningen kan een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) vergoed worden vanuit de basisverzekering.
  • BMI en buikomvang zijn screeningsinstrumenten, geen diagnose; bespreek de uitkomst altijd met je huisarts voor een individuele beoordeling.

Hoe weet ik of ik overgewicht heb?

Overgewicht wordt vastgesteld met een BMI tussen 25 en 30, aangevuld met een buikomvang boven 94 cm (mannen) of 80 cm (vrouwen). Beide metingen samen geven het betrouwbaarste beeld.

Je kunt bepalen of je overgewicht hebt door je Body Mass Index (BMI) te berekenen en je buikomvang te meten: samen geven deze twee maten een betrouwbaar beeld van je gewichtsstatus. De BMI bereken je door je gewicht in kilogram te delen door je lengte in meters in het kwadraat. Valt de uitkomst tussen 25 en 30, dan spreekt men van overgewicht; bij een waarde van 30 of hoger is er sprake van obesitas. Dit zijn de grenzen die het Farmacotherapeutisch Kompas en de NHG-standaard Obesitas hanteren voor volwassenen in Nederland.

Naast de BMI is de buikomvang een tweede belangrijke maatstaf. Je meet deze op de plek halverwege je onderste rib en je heupkam, ontspannen uitgeademd, met het meetlint horizontaal en vlak op de huid, zonder in te snoeren.[1][2] Voor mannen geldt een verhoogd risico bij een omtrek van 94 centimeter of meer; voor vrouwen ligt die grens op 80 centimeter. Bij waarden boven respectievelijk 102 en 88 centimeter is het risico aanzienlijk verhoogd.

Belangrijk om te weten is dat deze metingen een hulpmiddel zijn, geen diagnose. Factoren zoals spiermassa, leeftijd en etnische achtergrond kunnen de interpretatie beïnvloeden. Voor mensen met een Zuid-Aziatische of Oost-Aziatische achtergrond gelden in Nederlandse richtlijnen aangepaste grenswaarden: overgewicht wordt al aangenomen bij een BMI van 23 of hoger, en obesitas bij een BMI van 27,5 of hoger. Dit komt doordat bij deze groepen gezondheidsrisico's al bij een lagere BMI optreden. Tijdens de zwangerschap worden BMI en buikomvang anders beoordeeld; de buikomvangmeting is dan niet bruikbaar. Twijfel je over de uitkomst of wat die voor jou betekent, bespreek dit dan met je eigen huisarts.

Bronnen: NHG-standaard Obesitas (actuele versie); Thuisarts.nl - Ben ik te zwaar?; RIVM/Voedingscentrum - Handleiding tailleomvang meten.

Categorie BMI (kg/m²) Buikomvang mannen Buikomvang vrouwen Gezondheidsrisico
Ondergewicht Onder 18,5 Niet van toepassing Niet van toepassing Risico op ondervoeding en kwetsbaarheid
Gezond gewicht 18,5 tot 25 Onder 94 cm Onder 80 cm Laag risico bij normale buikomvang
Overgewicht 25 tot 30 94 cm of meer: verhoogd risico 80 cm of meer: verhoogd risico Verhoogd risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten
Obesitas klasse I 30 tot 35 102 cm of meer: sterk verhoogd risico 88 cm of meer: sterk verhoogd risico Duidelijk verhoogd risico; begeleiding aanbevolen
Obesitas klasse II 35 tot 40 102 cm of meer: sterk verhoogd risico 88 cm of meer: sterk verhoogd risico Hoog risico; slaapapneu, gewrichtsklachten en MASLD komen vaker voor
Obesitas klasse III 40 of hoger 102 cm of meer: sterk verhoogd risico 88 cm of meer: sterk verhoogd risico Zeer hoog risico; specialistische begeleiding doorgaans noodzakelijk
Aangepaste grenswaarden (Zuid- en Oost-Aziatische achtergrond) Overgewicht vanaf 23; obesitas vanaf 27,5 90 cm of meer: verhoogd risico (IDF-richtlijn) 80 cm of meer: verhoogd risico (IDF-richtlijn) Gezondheidsrisico treedt op bij lagere BMI en buikomvang; raadpleeg huisarts

Wat zegt de BMI over jouw gewicht en gezondheid?

Een BMI van 25 tot 30 duidt op overgewicht, 30 of hoger op obesitas; de BMI is een screeningsinstrument met beperkingen op individueel niveau, onder andere bij sporters en ouderen.

De BMI geeft een indicatie van de verhouding tussen gewicht en lengte, maar zegt niet alles over iemands gezondheid. De indeling die in Nederland gangbaar is volgens de NHG-standaard Obesitas, ziet er als volgt uit:

  • Onder 18,5: ondergewicht

  • 18,5 tot 25: gezond gewicht

  • 25 tot 30: overgewicht

  • 30 tot 35: obesitas klasse I

  • 35 tot 40: obesitas klasse II

  • 40 of hoger: obesitas klasse III (ook wel ernstige obesitas genoemd)

Deze indeling wordt ook gehanteerd door het Farmacotherapeutisch Kompas. De BMI is nuttig als screeningsinstrument op bevolkingsniveau, maar heeft beperkingen op individueel niveau. Zo kan een sporter met veel spiermassa een hoge BMI hebben zonder dat er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico, terwijl iemand met een normale BMI toch een ongezonde hoeveelheid buikvet kan hebben.

Daarnaast verschilt de betekenis van de BMI per leeftijdsgroep. Bij ouderen boven de 70 jaar kan de relatie tussen BMI en gezondheidsuitkomsten anders liggen dan bij jongere volwassenen: ongewenst gewichtsverlies en ondervoeding zijn op hogere leeftijd belangrijke risicofactoren, en de beoordeling van gewicht hangt sterk af van kwetsbaarheid, comorbiditeit en functionele status. Een zorgverlener weegt dit mee bij de individuele beoordeling. Bij kinderen en jongeren worden aparte, sekse- en leeftijdsspecifieke groeicurven gebruikt in plaats van de volwassen BMI-grenzen; de beoordeling verloopt via de jeugdgezondheidszorg (JGZ) of de huisarts, conform de JGZ-richtlijn Overgewicht.[2][3] De BMI is dus een startpunt voor een gesprek met een zorgverlener, niet een eindoordeel over iemands gezondheid.

Waarom is buikomvang soms belangrijker dan de weegschaal?

Buikomvang meet visceraal vet rondom de organen, dat ontstekingsbevorderend werkt en het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 verhoogt, ook bij een normaal gewicht.

De buikomvang is soms een betere voorspeller van gezondheidsrisico's dan het gewicht alleen, omdat buikvet (visceraal vet) rondom de organen ontstekingsbevorderende stoffen afgeeft die het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en andere aandoeningen verhogen.[1][2] Iemand kan een normaal gewicht hebben en toch een te grote buikomvang, wat in de literatuur wel wordt aangeduid als een normaalgewicht met metabool risico.

De NHG-standaard Obesitas beveelt aan om de buikomvang altijd te meten naast de BMI, juist omdat de combinatie van beide maten een vollediger beeld geeft.[1] De grenswaarden voor volwassenen in Nederland zijn:

  • Mannen: verhoogd risico bij 94 centimeter of meer; sterk verhoogd risico bij 102 centimeter of meer

  • Vrouwen: verhoogd risico bij 80 centimeter of meer; sterk verhoogd risico bij 88 centimeter of meer

Voor mensen met een Zuid-Aziatische achtergrond gelden lagere grenswaarden, omdat bij hen visceraal vet al bij een kleinere omtrek gezondheidsrisico's geeft. Internationale richtlijnen (zoals die van de International Diabetes Federation) hanteren voor deze groep grenswaarden van 90 centimeter voor mannen en 80 centimeter voor vrouwen; raadpleeg je huisarts voor de meest actuele Nederlandse aanbeveling die op jou van toepassing is.

De meting voer je thuis uit met een meetlint: leg het horizontaal, vlak op de huid, halverwege de onderste rib en de heupkam, en meet na een normale, ontspannen uitademing zonder het lint in te snoeren. De interpretatie vraagt om context: zwangerschap, bepaalde aandoeningen en medicijngebruik kunnen de buikomvang beïnvloeden, en tijdens de zwangerschap is de meting niet bruikbaar. Bespreek de uitkomst bij twijfel altijd met je eigen huisarts, die de meting kan plaatsen binnen jouw persoonlijke gezondheidsgeschiedenis.

Wanneer is overgewicht een risico voor je gezondheid?

Overgewicht verhoogt het risico op diabetes type 2, hart- en vaatziekten, slaapapneu en bepaalde kankers; behandeling is aangewezen bij bijkomende aandoeningen of sterk verhoogde buikomvang.

Overgewicht verhoogt het risico op verschillende chronische aandoeningen, waarbij het risico toeneemt naarmate de BMI hoger is en de buikomvang groter. Aandoeningen die vaker voorkomen bij overgewicht en obesitas zijn onder andere:

  • Diabetes type 2

  • Hart- en vaatziekten, waaronder hoge bloeddruk en coronairlijden

  • Slaapapneu

  • Gewrichtsklachten, met name van knieën en heupen

  • Bepaalde vormen van kanker, zoals darmkanker en borstkanker na de menopauze

  • Metabole steatohepatitis (MASLD), de huidige benaming voor wat vroeger niet-alcoholische leververvetting (NAFLD) werd genoemd

Volgens de NHG-standaard Obesitas is behandeling of begeleiding aangewezen wanneer er naast overgewicht ook sprake is van een of meer van deze aandoeningen, of wanneer er een sterk verhoogde buikomvang bestaat. In Nederland kan de huisarts bij overgewicht ook screenen op risicofactoren zoals bloeddruk, bloedvetten en nuchtere bloedglucose of HbA1c, conform de NHG-standaarden CVRM en Diabetes mellitus type 2.[7][8] Bij voldoende indicatie kan in Nederland een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) worden vergoed vanuit de basisverzekering; het Zorginstituut Nederland stelt de vergoedingscriteria vast.[5][6] Vraag je huisarts of je hiervoor in aanmerking komt.

Niet iedereen met overgewicht heeft direct een medisch probleem, en omgekeerd kan iemand met een normaal gewicht toch gezondheidsrisico's hebben. Daarom is een individueel gesprek met de huisarts de juiste stap als je je zorgen maakt over je gewicht of als je klachten ervaart die mogelijk samenhangen met overgewicht. De huisarts kan beoordelen of verdere begeleiding, leefstijladvies of doorverwijzing naar een diëtist of specialist zinvol is. Heb je buiten kantooruren dringende klachten die geen spoed vereisen, bel dan in Nederland de huisartsenpost. Bij acute klachten zoals pijn op de borst of ernstige kortademigheid bel je 112.

Scientific References

  1. .
  2. .
  3. .
  4. .
  5. .
  6. .
  7. .
  8. .

Frequently Asked Questions

Hoe bereken ik mijn BMI thuis?

Deel je gewicht in kilogram door je lengte in meters in het kwadraat. Een uitkomst tussen 25 en 30 wijst op overgewicht; een waarde van 30 of hoger duidt op obesitas, volgens de NHG-standaard Obesitas.

Hoe meet ik mijn buikomvang correct?

Leg een meetlint horizontaal en vlak op de huid, halverwege je onderste rib en je heupkam, en meet na een normale, ontspannen uitademing zonder het lint in te snoeren.

Wanneer moet ik naar de huisarts voor mijn gewicht?

Ga naar de huisarts als je BMI 25 of hoger is in combinatie met klachten of bijkomende aandoeningen, of als je buikomvang boven de risicogrens uitkomt. De huisarts beoordeelt of leefstijlbegeleiding of doorverwijzing zinvol is.


Redactionele verantwoording

De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.

Disclaimer

Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.