LEADER-studie: liraglutide versus placebo
De LEADER-studie liraglutide versus placebo is een van de meest invloedrijke cardiovasculaire uitkomststudies bij type 2 diabetes mellitus. In dit grootschalige gerandomiseerde onderzoek werd liraglutide (Victoza) vergeleken met placebo bij meer dan 9.000 mensen met een hoog cardiovasculair risico. De studie beantwoordde de vraag of liraglutide niet alleen de bloedsuiker verlaagt, maar ook het risico op ernstige hart- en vaatgebeurtenissen vermindert. De resultaten, gepubliceerd in het New England Journal of Medicine in 2016, hebben de behandelrichtlijnen voor type 2 diabetes wereldwijd beïnvloed.
Samenvatting: De LEADER-studie toonde aan dat liraglutide bij mensen met type 2 diabetes en hoog cardiovasculair risico het risico op ernstige hart- en vaatgebeurtenissen significant verminderde ten opzichte van placebo.
- Liraglutide is een GLP-1 receptoragonist die in de LEADER-studie werd onderzocht in diabetesdoseringen van 0,6 tot 1,8 mg subcutaan eenmaal daags.
- Het primaire eindpunt (cardiovasculair overlijden, niet-fataal myocardinfarct of niet-fataal beroerte) trad op bij 13,0% in de liraglutidegroep versus 14,9% in de placebogroep (hazard ratio 0,87).
- Cardiovasculair overlijden was significant lager met liraglutide (hazard ratio 0,78), evenals totale sterfte (hazard ratio 0,85).
- Gastro-intestinale bijwerkingen zoals misselijkheid, diarree en braken kwamen vaker voor bij liraglutide dan bij placebo.
- Galblaasaandoeningen en een lichte stijging van de hartfrequentie zijn bekende aandachtspunten bij liraglutidegebruik, vermeld in de SmPC van Victoza.
- De bevindingen gelden specifiek voor mensen met type 2 diabetes en hoog cardiovasculair risico en zijn niet zonder meer van toepassing op alle diabetespatiënten.
Table of Contents
Wat is de LEADER-studie en waarom is deze opgezet?
De LEADER-studie is een internationale gerandomiseerde studie opgezet om cardiovasculaire veiligheid van liraglutide bij type 2 diabetes met hoog cardiovasculair risico aan te tonen, mede op verzoek van de FDA. Meer dan 9.000 deelnemers werden gevolgd gedurende gemiddeld 3,8 jaar.
De LEADER-studie (Liraglutide Effect and Action in Diabetes: Evaluation of Cardiovascular Outcome Results) is een grote internationale gerandomiseerde gecontroleerde studie die is opgezet om te onderzoeken of liraglutide cardiovasculaire veiligheid biedt bij mensen met type 2 diabetes mellitus en een hoog cardiovasculair risico.
Liraglutide is een glucagon-like peptide-1 (GLP-1) receptoragonist die de insulineafgifte stimuleert op een glucoseafhankelijke manier, de glucagonafgifte remt en de maaglediging vertraagt.[3][4] De LEADER-studie onderzocht liraglutide in de diabetesdoseringen van 0,6 tot 1,8 mg (het geneesmiddel Victoza), niet de hogere dosering van 3,0 mg die voor gewichtsbehandeling wordt gebruikt (Saxenda).[1][2]
De aanleiding voor dit onderzoek was mede gelegen in een expliciete eis van de Amerikaanse FDA (2008) dat nieuwe bloedsuikerverlagende middelen cardiovasculaire veiligheid moeten aantonen in een dedicated uitkomststudie. In Europa beoordeelt het EMA/CHMP cardiovasculaire veiligheid als integraal onderdeel van de regulatoire beoordeling, maar een verplichting tot een afzonderlijke cardiovasculaire uitkomststudie voor elk middel geldt niet universeel. Vóór de LEADER-studie was het cardiovasculaire profiel van liraglutide op de lange termijn bij mensen met een verhoogd hartrisico nog niet vastgesteld.
De studie includeerde meer dan 9.000 deelnemers in meer dan 30 landen, met een gemiddelde follow-upduur van ongeveer 3,8 jaar. Deelnemers hadden type 2 diabetes mellitus en waren 50 jaar of ouder met een bestaande cardiovasculaire aandoening, of 60 jaar of ouder met ten minste één cardiovasculaire risicofactor.[1][2] De resultaten zijn gepubliceerd in het New England Journal of Medicine in 2016 (Marso SP et al.) en zijn opgenomen in de productinformatie van Victoza, zoals vastgelegd in de SmPC via de CBG-geneesmiddeleninformatiebank en het EMA EPAR.
| Kenmerk | Liraglutide (LEADER-studie) | Placebo (LEADER-studie) |
|---|---|---|
| Werkzame stof en klasse | Liraglutide (GLP-1 receptoragonist), subcutaan 0,6 tot 1,8 mg eenmaal daags | Identiek uitziende placebo-injectie, geen actieve stof |
| Primair eindpunt (3-punts MACE) | 13,0% bereikte het samengestelde eindpunt (CV-overlijden, niet-fataal MI of beroerte) | 14,9% bereikte het samengestelde eindpunt; hazard ratio 0,87 (95%-BI 0,78 tot 0,97) |
| Cardiovasculair overlijden | Significant lager risico; hazard ratio 0,78 (95%-BI 0,66 tot 0,93) | Referentiegroep; hogere incidentie van cardiovasculair overlijden |
| Totale sterfte (alle oorzaken) | Lager risico; hazard ratio 0,85 (95%-BI 0,74 tot 0,97) | Referentiegroep; hogere totale sterfte gedurende follow-up van gemiddeld 3,8 jaar |
| Nierfunctie-uitkomst (nefropathie) | Gunstig signaal; hazard ratio 0,78 (95%-BI 0,67 tot 0,92) voor samengestelde nefropathie-uitkomst | Referentiegroep; hogere incidentie van ontwikkeling of verslechtering van nefropathie |
| Meest voorkomende bijwerkingen | Misselijkheid, diarree, braken, verminderde eetlust, galsteenproblematiek, lichte stijging hartfrequentie | Lagere incidentie van gastro-intestinale klachten en galwegaandoeningen dan liraglutidegroep |
| Studiepopulatie en opzet | Meer dan 9.000 deelnemers, type 2 diabetes, hoog CV-risico; non-inferioriteit en superioriteit aangetoond | Zelfde populatie; beide groepen ontvingen standaardbehandeling voor diabetes en CV-risicofactoren |
Hoe werd liraglutide vergeleken met placebo in het onderzoek?
Deelnemers werden 1 op 1 gerandomiseerd naar liraglutide (opgetitreerd tot maximaal 1,8 mg per dag) of identieke placebo, bovenop standaardbehandeling. Het primaire eindpunt was tijd tot eerste majeur cardiovasculair event (MACE).
In de LEADER-studie werden deelnemers gerandomiseerd in een verhouding van 1 op 1 naar liraglutide subcutaan eenmaal daags of naar een identiek uitziende placebo-injectie, bovenop hun bestaande standaardbehandeling voor type 2 diabetes mellitus en cardiovasculaire risicofactoren.
De startdosis van liraglutide was 0,6 mg per dag, opgehoogd naar 1,2 mg en vervolgens naar de maximale dosis van 1,8 mg per dag, afhankelijk van de verdraagbaarheid.[1][2] Beide groepen mochten aanvullende bloedsuikerverlagende middelen gebruiken, met uitzondering van andere GLP-1 receptoragonisten. De behandeling van bloeddruk, cholesterol en andere risicofactoren werd in beide groepen gelijkwaardig voortgezet, zodat het effect van liraglutide zelf zo zuiver mogelijk kon worden gemeten.
Het primaire eindpunt was de tijd tot het eerste optreden van een majeur cardiovasculair event (MACE), gedefinieerd als cardiovasculair overlijden, niet-fataal myocardinfarct of niet-fataal beroerte. Dit samengestelde eindpunt is een internationaal erkende maatstaf voor cardiovasculaire uitkomststudies bij diabetes. De studie was opgezet als een non-inferioriteitsonderzoek, met als aanvullende vraag of liraglutide superieur zou zijn aan placebo. De randomisatie en blindering waren zorgvuldig uitgevoerd om vertekening te minimaliseren, en de analyses werden uitgevoerd op basis van de intention-to-treat populatie. Deze studiedetails zijn beschreven in de primaire publicatie (Marso SP et al., NEJM 2016) en het bijbehorende studiesupplement.
Welke bijwerkingen kwamen vaker voor bij liraglutide dan bij placebo?
Gastro-intestinale bijwerkingen zoals misselijkheid, diarree en braken kwamen significant vaker voor bij liraglutide. Ook galblaasaandoeningen en een lichte hartfrequentiestijging werden vaker gezien dan bij placebo.
Gastro-intestinale bijwerkingen kwamen in de LEADER-studie significant vaker voor bij deelnemers die liraglutide gebruikten dan bij de placebogroep, wat overeenkomt met het bekende bijwerkingenprofiel van GLP-1 receptoragonisten zoals beschreven in de SmPC van Victoza (CBG-geneesmiddeleninformatiebank, rubrieken 4.4 en 4.8).
De meest gerapporteerde bijwerkingen in de liraglutidegroep waren:
-
Misselijkheid (nausea): de meest voorkomende klacht, vooral in de eerste weken van de behandeling
-
Diarree en braken: eveneens vaker gemeld dan bij placebo
-
Verminderde eetlust: een verwacht farmacologisch effect van GLP-1 receptoragonisten
Galblaas- en galwegaandoeningen, waaronder galstenen (cholelithiasis) en galblaasontstekingen (cholecystitis), kwamen vaker voor bij deelnemers in de liraglutidegroep dan bij placebo.[8][3] Dit is ook opgenomen in de SmPC van Victoza als aandachtspunt.
Een lichte stijging van de hartfrequentie is een bekende bevinding bij gebruik van liraglutide en wordt eveneens vermeld in de SmPC.[3][4]
Acute pancreatitis werd in beide groepen gerapporteerd, maar het verschil tussen liraglutide en placebo was niet statistisch significant.[7][1] De SmPC vermeldt dat acute pancreatitis is gemeld, inclusief postmarketingmeldingen van necrotiserende pancreatitis en gevallen met fatale afloop.[3][9] Deelnemers met een voorgeschiedenis van pancreatitis waren uitgesloten van de studie.
Hypoglykemie (te lage bloedsuiker, in Nederland uitgedrukt als een bloedglucose onder de 4,0 mmol/L) trad vaker op bij deelnemers die ook sulfonylureumderivaten of insuline gebruikten, ongeacht de studiebehandeling. Reacties op de injectieplaats kwamen voor, maar waren over het algemeen mild.
Bij plotselinge, hevige of aanhoudende buikpijn, al dan niet gepaard met braken, dient in Nederland direct medische hulp te worden gezocht: buiten kantooruren via de huisartsenpost, en bij levensbedreigende klachten via 112. In Nederland kunnen bijwerkingen van liraglutide worden gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb, zodat de veiligheidsbewaking na markttoelating wordt voortgezet.
Wat zijn de belangrijkste uitkomsten voor hart en bloedvaten?
Liraglutide verminderde het samengestelde MACE-eindpunt significant (hazard ratio 0,87) en cardiovasculair overlijden afzonderlijk (hazard ratio 0,78) ten opzichte van placebo. Ook totale sterfte en nefropathie-uitkomsten waren gunstig.
Liraglutide verminderde in de LEADER-studie het risico op het primaire samengestelde cardiovasculaire eindpunt significant ten opzichte van placebo: 13,0% van de deelnemers in de liraglutidegroep bereikte dit eindpunt, vergeleken met 14,9% in de placebogroep, wat overeenkomt met een hazard ratio van 0,87 (95%-betrouwbaarheidsinterval 0,78 tot 0,97).[1][2]
Dit resultaat toonde zowel non-inferioriteit als superioriteit van liraglutide ten opzichte van placebo aan voor het voorkomen van het samengestelde 3-punts MACE-eindpunt binnen de onderzochte populatie. Superioriteit is uitsluitend aangetoond voor dit samengestelde eindpunt bij mensen met type 2 diabetes mellitus en een hoog cardiovasculair risico; de bevindingen zijn niet zonder meer van toepassing op alle mensen met diabetes.
Afzonderlijk was het risico op cardiovasculair overlijden significant lager in de liraglutidegroep (hazard ratio 0,78; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,66 tot 0,93).[1][2] Het risico op niet-fataal myocardinfarct en niet-fataal beroerte toonde een numerieke reductie, maar bereikte geen statistische significantie als afzonderlijk eindpunt.
De totale sterfte (alle oorzaken) was eveneens lager in de liraglutidegroep (hazard ratio 0,85; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,74 tot 0,97, zoals gerapporteerd in Marso SP et al.[1][2], NEJM 2016). Nierfunctie-uitkomsten lieten ook een gunstig signaal zien voor de samengestelde nefropathie-uitkomst (hazard ratio 0,78; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,67 tot 0,92), met name voor de ontwikkeling of verslechtering van nefropathie.[6]
De Europese productinformatie van Victoza (liraglutide), zoals gepubliceerd via de CBG-geneesmiddeleninformatiebank en het EMA EPAR, verwijst naar deze cardiovasculaire uitkomstdata. In Nederland bepalen de behandelend arts en de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2, samen met de individuele patiënt, of liraglutide een passende behandeloptie is. Bij vragen over de eigen behandeling is de eigen huisarts het eerste aanspreekpunt.
Scientific References
- Liraglutide and Cardiovascular Outcomes in Type 2 Diabetes (Marso SP et al., NEJM 2016).
- Liraglutide and Cardiovascular Outcomes in Type 2 Diabetes – PubMed (Marso SP et al.).
- Victoza – EPAR productinformatie (liraglutide).
- Liraglutide – Farmacotherapeutisch Kompas.
- Saxenda – EPAR productinformatie (liraglutide 3,0 mg).
- Liraglutide and Renal Outcomes in Type 2 Diabetes (Mann JFE et al., NEJM 2017).
- Amylase, Lipase, and Acute Pancreatitis in People With Type 2 Diabetes Treated With Liraglutide – LEADER-trial (Steinberg WM et al., Diabetes Care 2017).
- Effects of Liraglutide Compared With Placebo on Events of Acute Gallbladder or Biliary Disease in the LEADER Randomized Trial (Diabetes Care 2019).
- European Medicines Agency investigates findings on pancreatic risks of GLP-1-based therapies for type 2 diabetes.
- Totstandkoming en methoden – NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.
Frequently Asked Questions
Wat bewees de LEADER-studie over liraglutide?
De LEADER-studie bewees dat liraglutide bij mensen met type 2 diabetes en hoog cardiovasculair risico zowel non-inferieur als superieur was aan placebo voor het voorkomen van ernstige hart- en vaatgebeurtenissen. Het risico op het samengestelde eindpunt was 13,0% bij liraglutide versus 14,9% bij placebo.
Welke bijwerkingen van liraglutide kwamen naar voren in de LEADER-studie?
Misselijkheid, diarree en braken kwamen significant vaker voor bij liraglutide dan bij placebo, vooral in de beginfase van de behandeling. Galblaasaandoeningen en een lichte stijging van de hartfrequentie werden eveneens vaker gezien in de liraglutidegroep.
Voor welke patiënten zijn de resultaten van de LEADER-studie van toepassing?
De resultaten gelden specifiek voor mensen met type 2 diabetes mellitus van 50 jaar of ouder met een bestaande cardiovasculaire aandoening, of van 60 jaar of ouder met ten minste één cardiovasculaire risicofactor. De bevindingen zijn niet zonder meer van toepassing op alle mensen met diabetes.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.




