Wanneer heb je obesitas? BMI, criteria en risico's
Wanneer heb je obesitas? Volgens de NHG-standaard en internationale richtlijnen is er sprake van obesitas bij een Body Mass Index (BMI) van 30,0 kg/m² of hoger. Maar BMI alleen vertelt niet het hele verhaal: ook buikomvang, vetverdeling en bijkomende aandoeningen bepalen het gezondheidsrisico. In dit artikel lees je wanneer artsen de diagnose obesitas stellen, welke gezondheidsrisico's daarmee samenhangen, wat de oorzaken zijn en wanneer je naar de huisarts gaat.
Samenvatting: Je hebt obesitas wanneer je BMI gelijk is aan of hoger dan 30,0 kg/m², vastgesteld door een arts op basis van BMI en buikomvang.
- Obesitas wordt vastgesteld bij een BMI van 30,0 kg/m² of hoger; klasse I is 30,0 tot 34,9, klasse II 35,0 tot 39,9 en klasse III 40,0 of hoger.
- Naast BMI meet de arts de buikomvang: een verhoogd risico geldt bij 102 cm of meer voor mannen en 88 cm of meer voor vrouwen.
- Obesitas verhoogt het risico op type 2 diabetes, hart- en vaatziekten, bepaalde kankers, slaapapneu en gewrichtsklachten.
- De oorzaken zijn multifactorieel: genetische aanleg, voedingspatroon, lichamelijke inactiviteit, slaaptekort, geneesmiddelen en hormonale aandoeningen spelen allemaal een rol.
- De huisarts is het eerste aanspreekpunt; de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) wordt vergoed bij een BMI van 30 of hoger.
- Voor mensen met een Aziatische achtergrond gelden lagere BMI-drempelwaarden voor verhoogd gezondheidsrisico.
Table of Contents
Wanneer spreek je van obesitas en wat zijn de criteria?
Obesitas wordt vastgesteld bij een BMI van 30,0 kg/m² of hoger; voor volwassenen onderscheiden richtlijnen drie klassen op basis van oplopende BMI-waarden.
Je hebt obesitas wanneer je Body Mass Index (BMI) gelijk is aan of hoger dan 30,0 kg/m². De BMI is een veelgebruikte maatstaf die wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilogram te delen door het kwadraat van de lichaamslengte in meters. Artsen en richtlijnen, waaronder de NHG-standaard Obesitas, hanteren de volgende indeling voor volwassenen:
-
Overgewicht: BMI van 25,0 tot 29,9 kg/m²
-
Obesitas klasse I: BMI van 30,0 tot 34,9 kg/m²
-
Obesitas klasse II: BMI van 35,0 tot 39,9 kg/m²
-
Obesitas klasse III (ernstige obesitas): BMI van 40,0 kg/m² of hoger
Deze indeling geldt uitsluitend voor volwassenen. Bij kinderen en adolescenten gelden leeftijds- en geslachtsafhankelijke criteria (de zogenoemde ISO-BMI of groeicurven); hiervoor verwijzen artsen in Nederland naar de JGZ-richtlijn Overgewicht.
De BMI geeft een indicatie van de verhouding tussen gewicht en lengte, maar zegt niet alles over de verdeling van lichaamsvet. Iemand met veel spiermassa kan een hoge BMI hebben zonder dat er sprake is van een ongezond vetpercentage. Omgekeerd kan iemand met een BMI net onder de 30,0 toch een verhoogd gezondheidsrisico hebben door een ongunstige vetverdeling. Bij zwangerschap en bij een zeer hoge spiermassa is de BMI minder geschikt als maatstaf; aanvullende beoordeling is dan nodig.
Voor mensen met een Aziatische achtergrond gelden in sommige richtlijnen lagere drempelwaarden. Zo hanteert de WHO een verhoogd risico vanaf een BMI van 23,0 kg/m² en een hoog risico vanaf 27,5 kg/m² voor bepaalde Aziatische populaties, omdat gezondheidsrisico's bij hen al bij een lagere BMI kunnen optreden. Het is daarom altijd zinvol om de BMI te bespreken in de context van de individuele situatie, inclusief leeftijd, geslacht en etnische achtergrond.
| Categorie | BMI (kg/m²) | Buikomvang (verhoogd risico) | Gezondheidsrisico | Mogelijke behandelstap |
|---|---|---|---|---|
| Gezond gewicht | 18,5 tot 24,9 | Niet van toepassing | Geen verhoogd gewichtsgerelateerd risico | Gezonde leefstijl handhaven |
| Overgewicht | 25,0 tot 29,9 | Mannen 94 cm of meer, vrouwen 80 cm of meer (Europese norm) | Licht verhoogd risico op hart- en vaatziekten en type 2 diabetes | GLI vergoed bij BMI 25 tot 30 met verhoogd risico; bespreek met huisarts |
| Obesitas klasse I | 30,0 tot 34,9 | Mannen 102 cm of meer, vrouwen 88 cm of meer | Verhoogd risico op diabetes, hypertensie, leververvetting en artrose | GLI vergoed vanuit basisverzekering; begeleiding huisarts of diëtist |
| Obesitas klasse II | 35,0 tot 39,9 | Mannen 102 cm of meer, vrouwen 88 cm of meer | Sterk verhoogd risico; metabool syndroom, slaapapneu en psychische klachten mogelijk | Verwijzing internist of gespecialiseerd obesitascentrum overwegen |
| Obesitas klasse III (ernstig) | 40,0 of hoger | Mannen 102 cm of meer, vrouwen 88 cm of meer | Zeer sterk verhoogd risico op alle comorbiditeiten; verminderde kwaliteit van leven | Bariatrische chirurgie mogelijk na onvoldoende resultaat conservatieve behandeling |
| Aziatische achtergrond (WHO-advies) | Verhoogd risico vanaf 23,0; hoog risico vanaf 27,5 | Mannen 90 cm of meer, vrouwen 80 cm of meer | Gezondheidsrisico treedt op bij lagere BMI dan bij Europese populaties | Beoordeling op basis van individuele situatie; bespreek met huisarts |
Hoe wordt obesitas vastgesteld door een arts?
Een arts stelt obesitas vast via BMI en buikomvang, aangevuld met anamnese en bloedonderzoek; de huisarts is het eerste aanspreekpunt in Nederland.
Een arts stelt obesitas vast door naast de BMI ook de buikomvang te meten, omdat de verdeling van lichaamsvet een belangrijke aanvullende maatstaf is voor het gezondheidsrisico. Conform de WHO-meetmethode, die ook door het NHG wordt gehanteerd, wordt de buikomvang gemeten halverwege de onderste rib en de bovenrand van de bekkenkam (crista iliaca), in uitademing, horizontaal rondom de romp.[1][2] Verhoogde waarden die wijzen op een verhoogd risico zijn:
-
Mannen: buikomvang van 102 cm of meer
-
Vrouwen: buikomvang van 88 cm of meer
Voor cardiovasculaire risicostratificatie bij mensen van Europese afkomst worden soms lagere grenswaarden gehanteerd (94 cm voor mannen, 80 cm voor vrouwen).[3][1] Voor veel Aziatische populaties gelden nog lagere afkappunten (90 cm voor mannen, 80 cm voor vrouwen).[7][1] De arts bepaalt welke grenswaarden van toepassing zijn op basis van de individuele situatie.
Een verhoogde buikomvang wijst op een grotere hoeveelheid buikvet (visceraal vet), wat sterker samenhangt met hart- en vaatziekten en stofwisselingsstoornissen dan onderhuids vet elders in het lichaam.
Naast deze metingen neemt de arts een uitgebreide anamnese af. Daarin komen onder meer aan bod: het gewichtsverloop door de jaren heen, eetgewoonten, bewegingspatroon, slaapkwaliteit, psychosociale factoren en eventueel gebruik van geneesmiddelen die gewichtstoename kunnen bevorderen. Aanvullend bloedonderzoek, zoals nuchtere bloedglucose, HbA1c, bloedvetten, leverenzymen (ALAT) en schildklierfunctie, helpt om bijkomende aandoeningen op te sporen of uit te sluiten. Bij aanwijzingen voor slaapapneu wordt ook hiernaar gevraagd.
De huisarts is in Nederland het eerste aanspreekpunt voor de beoordeling van overgewicht en obesitas. Een belangrijke eerste stap in de behandeling is de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI), een begeleiding gericht op voeding, beweging en gedrag. In Nederland wordt de GLI onder voorwaarden vergoed vanuit de basisverzekering, bij een BMI van 30 of hoger, of bij een BMI tussen 25 en 30 met een verhoogd gezondheidsrisico. Informatie over de vergoedingsvoorwaarden is te vinden via Zorginstituut Nederland. Bij complexe situaties, zoals ernstige obesitas of meerdere bijkomende aandoeningen, kan worden doorverwezen naar een internist, diëtist of gespecialiseerd obesitascentrum. Bariatrische chirurgie kan in Nederland worden overwogen bij een BMI van 40 of hoger, of bij een BMI van 35 of hoger in combinatie met ernstige comorbiditeit, nadat conservatieve behandeling onvoldoende resultaat heeft gehad.
Welke gezondheidsrisico's hangen samen met obesitas?
Obesitas verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, type 2 diabetes, bepaalde kankers, slaapapneu en gewrichtsklachten; hoe hoger de BMI, hoe groter het risico.
Obesitas verhoogt het risico op een breed scala aan ernstige aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten, type 2 diabetes mellitus, bepaalde vormen van kanker en aandoeningen van het bewegingsapparaat. Hoe hoger de BMI en hoe groter de buikomvang, hoe sterker dit risico in het algemeen is. Belangrijke gezondheidsrisico's zijn:
-
Cardiovasculair: hoge bloeddruk, coronairlijden, hartfalen en beroerte
-
Stofwisseling: type 2 diabetes mellitus, insulineresistentie en dyslipidemie
-
Lever: leververvetting (NAFLD/MAFLD), die kan uitgroeien tot leverontsteking (NASH) en in ernstige gevallen tot levercirrose
-
Ademhaling: obstructief slaapapneusyndroom en verminderde longfunctie
-
Bewegingsapparaat: artrose van knie en heup, rugklachten
-
Maag-darmkanaal: galstenen en gastro-oesofageale reflux
-
Psychisch: depressie, angststoornissen en verminderde kwaliteit van leven
-
Reproductief: bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd kan obesitas samenhangen met het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), verminderde vruchtbaarheid en zwangerschapscomplicaties
-
Oncologisch: verhoogd risico op onder meer darmkanker, borstkanker (na de menopauze) en baarmoederkanker[1][2]
De combinatie van verhoogde bloedglucose, hoge bloeddruk, verhoogde triglyceriden en een lage HDL-cholesterolwaarde samen met een grote buikomvang wordt het metabool syndroom genoemd. De criteria hiervoor zijn beschreven in de NHG-standaard CVRM.[3] Dit syndroom gaat gepaard met een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
Belangrijk is dat gezondheidsrisico's niet uitsluitend worden bepaald door het gewicht alleen. Leefstijlfactoren zoals voeding, beweging en slaap spelen een zelfstandige rol. Mensen die vragen hebben over hun persoonlijke risicoprofiel, kunnen dit het beste bespreken met hun eigen huisarts.
Wat zijn de oorzaken en risicofactoren van obesitas?
Obesitas ontstaat door een langdurige positieve energiebalans met multifactoriele oorzaken, waaronder genetische aanleg, voeding, inactiviteit, slaaptekort en bepaalde geneesmiddelen.
Obesitas ontstaat door een langdurige positieve energiebalans, waarbij de energie-inname structureel hoger is dan het energieverbruik, maar de onderliggende oorzaken zijn complex en multifactorieel. Het is geen kwestie van wilskracht alleen: genetische aanleg, omgevingsfactoren, hormonen en psychosociale omstandigheden spelen allemaal een rol.
Belangrijke risicofactoren zijn:
-
Genetische aanleg: erfelijke factoren beïnvloeden de vetopslag, het verzadigingsgevoel en het basaalmetabolisme
-
Voedingspatroon: een hoge inname van energiedichte, bewerkte voedingsmiddelen en suikerhoudende dranken; ook alcoholinname levert calorieën zonder voedingswaarde
-
Lichamelijke inactiviteit: een zittende leefstijl en weinig beweging verlagen het energieverbruik
-
Slaaptekort: onvoldoende slaap verstoort hormonen die honger en verzadiging reguleren, zoals leptine en ghreline[10][11]
-
Psychosociale factoren: stress, emotie-eten en depressie kunnen bijdragen aan overmatige voedselinname
-
Geneesmiddelen: sommige medicijnen kunnen gewichtstoename bevorderen, waaronder bepaalde antidepressiva, antipsychotica, corticosteroïden, insuline, sulfonylureumderivaten en valproaat.[8][1] Stop nooit zelfstandig met voorgeschreven medicatie vanwege gewichtstoename; bespreek dit in Nederland altijd eerst met uw eigen huisarts, die kan beoordelen of een alternatief mogelijk is.
-
Hormonale aandoeningen: hypothyreoïdie, het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) en het syndroom van Cushing zijn behandelbare oorzaken die bij de diagnostiek worden overwogen[1][2]
-
Stoppen met roken: dit gaat vaak gepaard met tijdelijke gewichtstoename, maar levert per saldo aanzienlijke gezondheidswinst op
-
Sociaaleconomische factoren: beperkte toegang tot gezonde voeding en veilige beweegmogelijkheden verhogen het risico
De omgeving waarin mensen leven, ook wel de obesogene omgeving genoemd, maakt het voor veel mensen structureel moeilijker om een gezond gewicht te handhaven. Een goede beoordeling van de oorzaken is essentieel voor een passende aanpak. De huisarts kan hierbij begeleiden en zo nodig doorverwijzen naar een diëtist, psycholoog of andere specialist.
Scientific References
- NHG-Standaard Obesitas.
- Multidisciplinaire richtlijn Obesitas.
- NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (CVRM).
- Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) (Zvw).
- Standpunt gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) bij overgewicht en obesitas.
- Obesitaszorg en zorg bij overgewicht.
- Appropriate body-mass index for Asian populations and its implications for policy and intervention strategies. WHO Expert Consultation..
- Gewichtstoename door geneesmiddelen.
- Indicatietekst Obesitas.
- Connecting the dots between sleep deprivation and obesity: the role of melatonin in appetite regulation and insulin sensitivity from a mechanistic review perspective..
- Sleep loss as a cardiometabolic risk factor: a narrative review of clinical and public health implications..
Frequently Asked Questions
Vanaf welke BMI heb je obesitas?
Je hebt obesitas bij een BMI van 30,0 kg/m² of hoger. Artsen onderscheiden drie klassen: klasse I (30,0 tot 34,9), klasse II (35,0 tot 39,9) en klasse III, ook wel ernstige obesitas, bij een BMI van 40,0 of hoger.
Kan ik obesitas hebben zonder dat mijn BMI boven de 30 ligt?
Ja, iemand met een BMI net onder de 30,0 kan toch een verhoogd gezondheidsrisico hebben door een grote buikomvang of ongunstige vetverdeling. De arts beoordeelt altijd de combinatie van BMI, buikomvang en andere risicofactoren.
Wanneer moet ik naar de huisarts voor mijn gewicht?
Ga naar de huisarts als je BMI 30 of hoger is, of als je bij een lagere BMI klachten hebt die mogelijk samenhangen met overgewicht, zoals hoge bloeddruk, vermoeidheid of gewrichtsklachten. De huisarts kan de diagnose stellen en je begeleiden naar passende zorg, zoals de Gecombineerde Leefstijlinterventie.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.



