Gewichtsverlies
12
 min leestijd

Wat is prediabetes: oorzaken en aanpak

Geschreven door
Bolt Med
Gepubliceerd
30.10.2026
Laatst bijgewerkt

Wat is prediabetes en wat betekent het voor uw gezondheid? Prediabetes is een toestand waarbij de bloedglucosewaarden hoger zijn dan normaal, maar nog niet hoog genoeg voor de diagnose diabetes mellitus type 2. De aandoening geeft meestal geen klachten, waardoor zij lang onopgemerkt kan blijven. Toch is vroege herkenning belangrijk: met gerichte leefstijlveranderingen is de overgang naar diabetes type 2 in veel gevallen te voorkomen of te vertragen. In dit artikel leest u hoe prediabetes wordt vastgesteld, welke bloedwaarden een rol spelen en wat u zelf kunt doen.

Samenvatting: Prediabetes is een toestand waarbij de bloedglucosewaarden verhoogd zijn (nuchtere glucose 6,1 tot 6,9 mmol/L of HbA1c 42 tot 47 mmol/mol), maar nog niet hoog genoeg voor de diagnose diabetes mellitus type 2.

  • Prediabetes ontstaat door insulineresistentie en wordt vastgesteld via veneus bloedonderzoek (nuchtere glucose, HbA1c of OGTT) bij de huisarts.
  • De aandoening geeft vrijwel nooit klachten; gerichte opsporing bij mensen met risicofactoren is de norm in Nederland.
  • Risicofactoren zijn onder andere overgewicht, buikvet, familiegeschiedenis van diabetes type 2, leeftijd boven 45 jaar en bepaalde etnische achtergronden.
  • Leefstijlveranderingen zoals gewichtsreductie, meer bewegen en gezondere voeding kunnen prediabetes omkeren of de overgang naar diabetes type 2 sterk vertragen.
  • Medicatie zoals metformine is geen standaardbehandeling bij prediabetes in Nederland en wordt alleen individueel overwogen als leefstijlinterventie onvoldoende helpt.
  • De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is opgenomen in het basispakket voor mensen die aan de indicatiecriteria voldoen en kan worden aangevraagd via de huisarts.

Wat is prediabetes en hoe wordt het vastgesteld?

Prediabetes is een toestand van verhoogde bloedglucose die via veneus bloedonderzoek (nuchtere glucose, HbA1c of OGTT) door de huisarts wordt vastgesteld, conform de NHG-standaard Diabetes mellitus type 2.

Prediabetes is een toestand waarbij de bloedglucosewaarden hoger zijn dan normaal, maar nog niet hoog genoeg om de diagnose diabetes mellitus type 2 te stellen. De aandoening ontstaat doordat het lichaam minder goed reageert op insuline, het hormoon dat glucose uit het bloed opneemt in de cellen. Dit proces heet insulineresistentie. Wanneer de alvleesklier de verminderde werking van insuline niet langer volledig kan compenseren, stijgt de bloedglucose geleidelijk.

De vaststelling van prediabetes gebeurt via bloedonderzoek, aangevraagd door de huisarts. In Nederland wordt hiervoor gebruik gemaakt van de nuchtere bloedglucosewaarde in veneus plasma, de bloedglucosewaarde twee uur na een orale glucosetolerantietest (OGTT) of het HbA1c, een maat voor de gemiddelde bloedglucose over de afgelopen twee tot drie maanden. Vingerprikmeters zijn niet geschikt voor het stellen van de diagnose; daarvoor is altijd veneus bloed nodig. De NHG-standaard Diabetes mellitus type 2 beschrijft de diagnostische criteria en de rol van de huisarts bij vroege opsporing.

Het HbA1c kan minder betrouwbaar zijn bij bepaalde aandoeningen, zoals bloedarmoede (anemie), hemoglobinopathieën of ernstige nierfunctiestoornissen.[1][12] In die gevallen verdient een glucosemeting of OGTT de voorkeur.

Belangrijk is dat prediabetes in de meeste gevallen geen klachten geeft. Mensen merken er vaak niets van, waardoor de aandoening lang onopgemerkt kan blijven. In Nederland is gerichte opsporing bij mensen met bekende risicofactoren de norm; er is geen algemene bevolkingsscreening (conform de NHG-standaard). Wanneer de huisarts prediabetes vaststelt, volgt doorgaans een gesprek over leefstijl en wordt regelmatige controle afgesproken. De NHG-standaard geeft richtlijnen over de aanbevolen controle-intervallen bij gestoorde nuchtere glucose en gestoorde glucosetolerantie.

Meting Normaal Prediabetes Diabetes mellitus type 2
Nuchtere bloedglucose (veneus plasma) Minder dan 6,1 mmol/L 6,1 tot 6,9 mmol/L (gestoorde nuchtere glucose, IFG) 7,0 mmol/L of hoger
Bloedglucose 2 uur na OGTT Minder dan 7,8 mmol/L 7,8 tot 11,0 mmol/L (gestoorde glucosetolerantie, IGT) 11,1 mmol/L of hoger
HbA1c Minder dan 42 mmol/mol (minder dan 6,0%) 42 tot 47 mmol/mol (6,0 tot 6,4%) 48 mmol/mol of hoger (6,5% of hoger)
Meetmethode Veneus bloed via huisarts Veneus bloed vereist; vingerprikmeter niet geschikt voor diagnose Veneus bloed; herhaling vereist bij afwezigheid van klassieke klachten
Betrouwbaarheid HbA1c Betrouwbaar bij gezonde personen Minder betrouwbaar bij anemie, hemoglobinopathie of nierfunctiestoornis; gebruik dan glucosemeting of OGTT Minder betrouwbaar bij dezelfde aandoeningen; glucosemeting of OGTT verdient voorkeur
Bron diagnostische criteria NHG-standaard Diabetes mellitus type 2, WHO NHG-standaard Diabetes mellitus type 2, WHO NHG-standaard Diabetes mellitus type 2, WHO

Welke bloedwaarden wijzen op prediabetes?

Prediabetes wordt vastgesteld bij een nuchtere bloedglucose van 6,1 tot 6,9 mmol/L, een HbA1c van 42 tot 47 mmol/mol, of een OGTT-waarde van 7,8 tot 11,0 mmol/L na twee uur.

Prediabetes wordt vastgesteld wanneer de nuchtere bloedglucose in veneus plasma ligt tussen 6,1 en 6,9 mmol/L, of wanneer het HbA1c ligt tussen 42 en 47 mmol/mol (6,0 tot 6,4 procent). Bij een orale glucosetolerantietest wijst een waarde tussen 7,8 en 11,0 mmol/L twee uur na inname van de glucosedrank op een gestoorde glucosetolerantie, wat eveneens onder prediabetes valt. Deze drempelwaarden zijn gebaseerd op de NHG-standaard Diabetes mellitus type 2 en de diagnostische criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

De twee meest gebruikte begrippen zijn:

  • Gestoorde nuchtere glucose (impaired fasting glucose, IFG): nuchtere bloedglucose in veneus plasma tussen 6,1 en 6,9 mmol/L

  • Gestoorde glucosetolerantie (impaired glucose tolerance, IGT): bloedglucose tussen 7,8 en 11,0 mmol/L twee uur na een OGTT

Beide toestanden kunnen afzonderlijk of tegelijk voorkomen. Het HbA1c wordt in de Nederlandse praktijk steeds vaker gebruikt als aanvullend diagnostisch hulpmiddel, omdat het geen nuchtere bloedafname vereist. Zoals hierboven vermeld, is het HbA1c minder betrouwbaar bij bepaalde aandoeningen; in die gevallen wordt een glucosemeting of OGTT ingezet.

De OGTT wordt in de eerste lijn in Nederland beperkt ingezet, met name bij discrepante uitslagen of wanneer twijfel bestaat over de diagnose. Herhaling van een afwijkende meting is zinvol om de uitslag te bevestigen, zeker wanneer er geen duidelijke klinische aanwijzingen zijn. Voor de diagnose diabetes mellitus type 2 is herhaling bij afwezigheid van klassieke klachten formeel vereist; voor prediabetes is herhaling aanbevolen maar niet formeel verplicht (NHG).

Waarden die de drempel voor diabetes mellitus type 2 overschrijden, namelijk een nuchtere glucose van 7,0 mmol/L of hoger, of een HbA1c van 48 mmol/mol of hoger, vallen buiten de categorie prediabetes en vereisen een andere aanpak.

Wie loopt een verhoogd risico op het ontwikkelen van prediabetes?

Mensen met overgewicht, buikvet, een familiegeschiedenis van diabetes type 2, een Zuid-Aziatische, Afrikaanse of Midden-Oosterse achtergrond of zwangerschapsdiabetes in de voorgeschiedenis lopen een verhoogd risico.

Mensen met overgewicht of obesitas, een sedentaire leefstijl of een familiegeschiedenis van diabetes mellitus type 2 lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van prediabetes. Vetweefsel, met name buikvet, vermindert de gevoeligheid van cellen voor insuline en draagt zo bij aan insulineresistentie. In Nederland worden als indicatieve afkappunten voor een verhoogd risico op basis van middelomtrek doorgaans meer dan 80 cm voor vrouwen en meer dan 94 cm voor mannen gehanteerd, conform gangbare Nederlandse richtlijnen.

Andere bekende risicofactoren zijn:

  • Leeftijd: het risico neemt toe vanaf 45 jaar, maar prediabetes kan ook op jongere leeftijd voorkomen

  • Etnische achtergrond: mensen met een Zuid-Aziatische (waaronder Surinaams-Hindoestaanse), Afrikaanse of Midden-Oosterse achtergrond hebben bij een vergelijkbaar gewicht een hoger risico; de NHG-standaard benoemt deze groepen expliciet voor gerichte opsporing

  • Zwangerschapsdiabetes in de voorgeschiedenis: vrouwen die tijdens een eerdere zwangerschap diabetes hebben gehad, hebben een verhoogd risico op prediabetes en diabetes type 2 later in het leven

  • Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS): dit is geassocieerd met insulineresistentie

  • Hoge bloeddruk of afwijkende bloedvetten: deze aandoeningen komen vaak samen voor met insulineresistentie als onderdeel van het metabool syndroom

  • Gebruik van bepaalde geneesmiddelen: zoals corticosteroïden of tweede-generatie antipsychotica, die de glucosestofwisseling kunnen beïnvloeden

De NHG-standaard Diabetes mellitus type 2 beschrijft welke groepen in Nederland in aanmerking komen voor gerichte screening door de huisarts. Mensen die zich herkennen in meerdere risicofactoren, kunnen hun huisarts vragen om een bloedonderzoek. Vroege opsporing biedt de beste kans om met leefstijlveranderingen het risico op diabetes type 2 te verminderen.

Kan prediabetes worden omgekeerd of vertraagd?

Ja, gerichte leefstijlveranderingen zoals gewichtsreductie, meer bewegen en gezondere voeding kunnen prediabetes omkeren of de kans op diabetes type 2 met circa 58 procent verminderen.

Prediabetes kan in veel gevallen worden omgekeerd of de overgang naar diabetes mellitus type 2 kan aanzienlijk worden vertraagd door gerichte leefstijlveranderingen. Het Diabetes Prevention Program, een grootschalig Amerikaans onderzoek, toonde aan dat een intensieve leefstijlinterventie (gezondere voeding, meer beweging en gewichtsreductie) de kans op het ontwikkelen van diabetes type 2 bij mensen met prediabetes met circa 58 procent verminderde over een periode van ongeveer drie jaar, vergeleken met een controlegroep.

De belangrijkste leefstijladviezen zijn:

  • Gewichtsreductie: zelfs een bescheiden gewichtsverlies van 5 tot 10 procent van het lichaamsgewicht kan de insulinegevoeligheid verbeteren

  • Meer bewegen: de Gezondheidsraad adviseert in de Nederlandse Beweegrichtlijnen minimaal 150 minuten matig intensieve lichaamsbeweging per week, zoals stevig wandelen of fietsen, aangevuld met spier- en botversterkende activiteiten op minimaal twee dagen per week

  • Voedingspatroon aanpassen: minder bewerkte koolhydraten en suikers, meer vezels, groenten en peulvruchten

  • Stoppen met roken: roken versterkt insulineresistentie

  • Beperking van alcoholgebruik

In Nederland biedt de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) een gestructureerd programma voor mensen met overgewicht en een verhoogd gezondheidsrisico, waaronder prediabetes. De huisarts kan in Nederland doorverwijzen naar een erkend GLI-programma, zoals CooL, SLIMMER of BeweegKuur. Zorginstituut Nederland heeft de GLI opgenomen in het basispakket voor mensen die aan de voorwaarden voldoen, waardoor vergoeding via de basisverzekering mogelijk is; de exacte indicatiecriteria zijn te raadplegen via Zorginstituut Nederland en het RIVM Loket Gezond Leven.[4][5]

Het is realistisch om te verwachten dat leefstijlveranderingen tijd en volharding vragen. Regelmatige controle door de huisarts helpt om de voortgang te bewaken en tijdig bij te sturen.

Wanneer is medicatie een optie bij prediabetes?

Medicatie is geen standaardbehandeling bij prediabetes in Nederland; metformine kan individueel worden overwogen als leefstijlveranderingen onvoldoende effect hebben, maar valt buiten de geregistreerde indicatie.

Medicatie is bij prediabetes in Nederland geen standaardbehandeling en wordt alleen overwogen in specifieke situaties waarbij leefstijlveranderingen onvoldoende effect hebben of niet haalbaar zijn. De eerste keuze blijft altijd een aanpak gericht op voeding, beweging en gewichtsreductie, zoals beschreven in de NHG-standaard Diabetes mellitus type 2.

In sommige gevallen kan de huisarts of internist metformine overwegen, een geneesmiddel dat de glucoseproductie in de lever remt en de insulinegevoeligheid verbetert. Metformine is in Nederland geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2, maar het gebruik bij prediabetes valt buiten de geregistreerde indicatie (conform de CBG-geneesmiddeleninformatiebank).[2][3] De inzet ervan bij prediabetes is dan ook voorbehouden aan een individuele afweging door de behandelend arts, op basis van het risicoprofiel van de patiënt. Veelvoorkomende bijwerkingen van metformine zijn maagdarmklachten zoals misselijkheid, diarree en buikpijn, vooral bij de start van de behandeling.[7][2]

Nieuwe geneesmiddelenklassen zoals GLP-1-receptoragonisten worden in klinisch onderzoek bestudeerd bij mensen met obesitas en prediabetes. In Nederland zijn sommige van deze middelen door de Europese Commissie, op basis van een positief advies van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), geregistreerd voor specifieke indicaties zoals gewichtsbeheersing bij obesitas met comorbiditeiten. De inzet bij prediabetes zonder aanvullende geregistreerde indicatie valt buiten de goedgekeurde toepassing. Veelvoorkomende bijwerkingen van GLP-1-receptoragonisten zijn misselijkheid en andere maagdarmklachten. Vergoeding van deze middelen in Nederland is beperkt en voorwaardelijk; geschiktheid en eventuele vergoeding worden in een medisch consult beoordeeld.

Bij klachten die kunnen wijzen op een snelle verslechtering van de glucoseregulatie, zoals extreme dorst, frequent urineren of onverklaard gewichtsverlies, is het verstandig de eigen huisarts te raadplegen. Bij spoedeisende klachten in Nederland, zoals ernstige bewustzijnsverandering of andere levensbedreigende verschijnselen, bel dan 112. Voor dringende vragen buiten kantooruren is de huisartsenpost bereikbaar. Bijwerkingen van geneesmiddelen kunnen worden gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb. Mensen met prediabetes worden doorgaans regelmatig gecontroleerd door de huisarts, zodat tijdig kan worden ingegrepen als de bloedwaarden verslechteren.

Scientific References

  1. .
  2. .
  3. .
  4. .
  5. .
  6. .
  7. .
  8. .
  9. .
  10. .
  11. .
  12. .

Frequently Asked Questions

Wat is het verschil tussen prediabetes en diabetes type 2?

Bij prediabetes zijn de bloedglucosewaarden verhoogd maar nog niet hoog genoeg voor de diagnose diabetes mellitus type 2. De grens voor diabetes type 2 ligt bij een nuchtere glucose van 7,0 mmol/L of hoger, of een HbA1c van 48 mmol/mol of hoger.

Hoe laat de huisarts prediabetes vaststellen?

De huisarts stelt prediabetes vast via veneus bloedonderzoek, waarbij de nuchtere bloedglucose, het HbA1c of een orale glucosetolerantietest (OGTT) wordt bepaald. Vingerprikmeters zijn niet geschikt voor het stellen van de diagnose.

Wordt de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) vergoed bij prediabetes?

Ja, de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering voor mensen die aan de indicatiecriteria voldoen, waaronder mensen met prediabetes en overgewicht. De huisarts kan doorverwijzen naar een erkend GLI-programma.


Redactionele verantwoording

De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.

Disclaimer

Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.