Gewichtsverlies
9
 min leestijd

BMI berekenen in cm: formule en uitleg

Geschreven door
Bolt Med
Gepubliceerd
17.10.2026
Laatst bijgewerkt
17.10.2026

BMI berekenen met uw lengte in cm is eenvoudiger dan het lijkt. De Body Mass Index geeft een eerste indruk van of uw gewicht in verhouding staat tot uw lengte, en omdat Nederlanders hun lengte doorgaans in centimeters kennen, is slechts één omrekeningstap nodig. In dit artikel leest u de exacte formule, een stapsgewijze berekening, wat uw uitslag betekent en wanneer de BMI minder betrouwbaar is. Bespreek de uitkomst altijd met uw huisarts voor een volledig beeld van uw gezondheid.

Samenvatting: BMI berekenen met lengte in cm doe je door de lengte te delen door 100 (naar meters), het resultaat te kwadrateren en je gewicht in kg daardoor te delen.

  • De formule is: BMI = gewicht (kg) gedeeld door (lengte in meters)²; deel centimeters eerst door 100.
  • WHO-categorieën voor volwassenen lopen van ondergewicht (onder 18,5) tot obesitas klasse III (40 of hoger).
  • De BMI is een screeningsmaat, geen diagnose: de formule meet lichaamsvet niet rechtstreeks.
  • Bij gespierde mensen, ouderen, kinderen en mensen van niet-Europese afkomst is de BMI minder betrouwbaar.
  • Buikomvang is een aanvullende maat: bij vrouwen geldt 80 cm of meer als verhoogd risico, bij mannen 94 cm of meer.
  • Bij een BMI van 25 of hoger kan de huisarts aanvullend onderzoek inzetten conform de NHG-Standaard CVRM.

Wat is de BMI-formule en hoe werkt die met centimeters?

De BMI-formule deelt gewicht in kg door de lengte in meters in het kwadraat; deel uw lengte in cm eerst door 100 om meters te krijgen. De BMI is een screeningsmaat, geen directe meting van lichaamsvet.

De BMI-formule deelt uw gewicht in kilogram door uw lengte in meters in het kwadraat, en omdat lengte in Nederland doorgaans in centimeters wordt gemeten, is één omrekeningstap nodig. BMI staat voor Body Mass Index en is een internationaal gebruikte maat om te beoordelen of iemands gewicht in verhouding staat tot zijn of haar lengte. De formule luidt:

BMI = gewicht (kg) / (lengte in meters)²

Omdat u uw lengte waarschijnlijk in centimeters kent, deelt u die waarde eerst door 100 om meters te krijgen. Een lengte van 175 cm wordt dus 1,75 m. Vervolgens vermenigvuldigt u 1,75 met zichzelf (1,75 × 1,75 = 3,0625) en deelt u uw gewicht door die uitkomst.

De BMI is ontwikkeld als een eenvoudig screeningsinstrument voor populatieonderzoek en wordt ook in de Nederlandse huisartsenpraktijk gebruikt als eerste oriëntatie.[1][2] De NHG-standaarden en Thuisarts.nl hanteren dezelfde formule en benadrukken dat de BMI een screeningsmaat is, geen diagnose. De uitkomst is een getal zonder eenheid en geeft een schatting op basis van gewicht en lengte; de BMI meet lichaamsvet niet rechtstreeks.

BMI-categorie BMI-waarde Gezondheidsrisico Aanbevolen actie
Ondergewicht Minder dan 18,5 Risico op ondervoeding of onderliggende aandoening Bespreek met uw huisarts
Gezond gewicht 18,5 tot 24,9 Laag gewichtsgerelateerd risico Gezonde leefstijl handhaven
Overgewicht 25,0 tot 29,9 Verhoogd risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten Bespreek buikomvang en leefstijl met huisarts
Obesitas klasse I 30,0 tot 34,9 Duidelijk verhoogd risico op cardiometabole aandoeningen Aanvullend onderzoek via huisarts (conform NHG-Standaard CVRM)
Obesitas klasse II 35,0 tot 39,9 Sterk verhoogd risico op complicaties Multidisciplinaire begeleiding overwegen
Obesitas klasse III 40,0 of hoger Zeer sterk verhoogd risico, inclusief gewrichtsklachten en bepaalde kankers Verwijzing naar gespecialiseerde zorg via huisarts

Stap voor stap uw BMI berekenen met lengte in cm en gewicht

Deel uw lengte in cm door 100, kwadrateer de uitkomst en deel uw gewicht in kg daardoor. Bijvoorbeeld: 72 kg gedeeld door (1,68 x 1,68) geeft een BMI van 25,5.

U kunt uw BMI in vier eenvoudige stappen zelf berekenen met alleen uw lengte in centimeters en uw gewicht in kilogram.

Stap 1: Noteer uw lengte in centimeters Bijvoorbeeld: 168 cm.

Stap 2: Zet centimeters om naar meters Deel door 100: 168 ÷ 100 = 1,68 m.

Stap 3: Kwadrateer de lengte in meters Vermenigvuldig de uitkomst met zichzelf: 1,68 × 1,68 = 2,8224.

Stap 4: Deel uw gewicht door de gekwadrateerde lengte Stel uw gewicht is 72 kg: 72 ÷ 2,8224 = 25,5.

De uitkomst in dit voorbeeld is een BMI van 25,5. Rapporteer de uitkomst bij voorkeur op één decimaal, zoals in de meeste Nederlandse voorlichtingsbronnen gebruikelijk is. U kunt dezelfde berekening uitvoeren via de BMI-rekentool op Thuisarts.nl of op de website van het Voedingscentrum, beide betrouwbare Nederlandse bronnen.

Een praktische tip: gebruik uw gewicht gemeten op een nuchtere maag, bij voorkeur 's ochtends vroeg en zonder schoenen, voor de meest consistente uitkomst. Weeg uzelf op een vlakke, harde ondergrond. Meet uw lengte zonder schoenen, rechtop staand met de hielen tegen de muur. Kleine meetfouten in de lengte hebben relatief grote invloed op de BMI-uitkomst, omdat de lengte twee keer in de berekening voorkomt (als kwadraat).

Wanneer is de BMI-score minder betrouwbaar?

De BMI is minder betrouwbaar bij gespierde mensen, ouderen, kinderen en mensen van niet-Europese afkomst, omdat de formule geen onderscheid maakt tussen vet- en spiermassa. Buikomvang is dan een nuttige aanvullende maat.

De BMI-score is minder betrouwbaar bij mensen met een sterk gespierd lichaam, bij ouderen, bij kinderen en bij bepaalde etnische achtergronden, omdat de formule geen onderscheid maakt tussen vet- en spiermassa.[1][3] Dit voorbehoud wordt benoemd in de NHG-standaarden en op Thuisarts.nl.

Concreet gelden de volgende situaties als beperkingen:

  • Gespierde mensen (bijvoorbeeld krachtsporters) kunnen een hoge BMI hebben terwijl hun vetpercentage laag is.

  • Ouderen verliezen vaak spiermassa bij een gelijkblijvend gewicht, waardoor de BMI het vetpercentage onderschat.

  • Kinderen en jongeren worden beoordeeld met leeftijds- en geslachtsspecifieke groeicurven (de zogeheten BMI-voor-leeftijd), niet met de standaard volwassenengrenswaarden. In Nederland wordt hiervoor de JGZ-richtlijn Overgewicht en obesitas bij kinderen gevolgd, met de bijbehorende groeidiagrammen van TNO.

  • Mensen van Zuid-Aziatische, Chinese of andere niet-Europese afkomst hebben bij dezelfde BMI gemiddeld een hoger vetpercentage en een hoger cardiometabool risico.[14] De WHO en de Zorgstandaard Obesitas (PON) wijzen erop dat voor mensen van Zuid-Aziatische afkomst lagere afkapwaarden kunnen worden overwogen; bespreek dit met uw huisarts, want de toepassing hiervan in de Nederlandse eerstelijnszorg is niet uniform gestandaardiseerd.[3][4]

  • Zwangere vrouwen worden niet beoordeeld op basis van de standaard BMI-grenswaarden.

Naast de BMI wordt in de Nederlandse huisartsenpraktijk ook de buikomvang gemeten als aanvullende maat voor het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Volgens het Voedingscentrum en de NHG-Standaard CVRM gelden voor Europese volwassenen twee risicodrempels: een buikomvang van 80 cm of meer bij vrouwen en 94 cm of meer bij mannen wijst op een verhoogd risico; een buikomvang van 88 cm of meer bij vrouwen en 102 cm of meer bij mannen wijst op een sterk verhoogd risico.[1][9] Meet de buikomvang halverwege de onderste rib en de bekkenkam, na een normale uitademing, met het meetlint horizontaal en niet insnoerend.

Wat betekent uw BMI-uitslag voor uw gezondheid?

Een BMI tussen 18,5 en 24,9 geldt als gezond gewicht; een BMI van 25 of hoger wijst op overgewicht of obesitas met verhoogd risico op diabetes en hart- en vaatziekten. Bespreek de uitslag met uw huisarts voor een volledig cardiometabool risicoprofiel.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert voor volwassenen de volgende BMI-categorieën, die ook in de Nederlandse richtlijnen worden gebruikt:

  • Minder dan 18,5: ondergewicht

  • 18,5 tot 24,9: gezond gewicht

  • 25,0 tot 29,9: overgewicht

  • 30,0 tot 34,9: obesitas klasse I

  • 35,0 tot 39,9: obesitas klasse II

  • 40,0 of hoger: obesitas klasse III

Een BMI in de categorie overgewicht of obesitas is geassocieerd met een verhoogd risico op aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en bepaalde vormen van kanker.[1][3] Een BMI onder de 18,5 kan wijzen op ondervoeding of een onderliggende aandoening en verdient eveneens aandacht.

De BMI-uitslag is een startpunt voor een gesprek, geen diagnose. Uw eigen huisarts kan de uitkomst in de juiste context plaatsen, rekening houdend met uw leeftijd, geslacht, etnische achtergrond, leefstijl en eventuele andere gezondheidsklachten. Bij een BMI van 25 of hoger, zeker in combinatie met een verhoogde buikomvang of andere risicofactoren, kan de huisarts in Nederland aanvullend onderzoek inzetten, zoals een bloeddrukmeting, een nuchtere glucosebepaling (uitgedrukt in mmol/L) en een lipidenprofiel, conform de NHG-Standaard CVRM. Dit geeft een volledig cardiometabool risicoprofiel.

Heeft u zorgen over uw gewicht of gezondheid, neem dan contact op met uw eigen huisarts. Voor dringende vragen buiten kantooruren kunt u in Nederland de huisartsenpost bellen. Bij acute klachten zoals pijn op de borst of ernstige kortademigheid belt u in Nederland 112.

Scientific References

  1. .
  2. .
  3. .
  4. .
  5. .
  6. .
  7. .
  8. .
  9. .
  10. .
  11. .
  12. .
  13. .
  14. .

Frequently Asked Questions

Hoe bereken ik mijn BMI als ik mijn lengte in centimeters weet?

Deel uw lengte in centimeters door 100 om meters te krijgen, kwadrateer dat getal en deel vervolgens uw gewicht in kilogram door die uitkomst. Bijvoorbeeld: bij 168 cm en 72 kg is de BMI 72 gedeeld door (1,68 x 1,68) = 25,5.

Wat is een gezonde BMI voor volwassenen volgens Nederlandse richtlijnen?

Volgens de WHO-categorieën, die ook in Nederlandse richtlijnen worden gehanteerd, geldt een BMI tussen 18,5 en 24,9 als gezond gewicht. Een BMI van 25 of hoger duidt op overgewicht of obesitas en is reden om dit met uw huisarts te bespreken.

Wanneer is de BMI niet betrouwbaar als maat voor mijn gezondheid?

De BMI is minder betrouwbaar bij krachtsporters met veel spiermassa, bij ouderen, bij kinderen en bij mensen van Zuid-Aziatische of Chinese afkomst, omdat de formule geen onderscheid maakt tussen vet- en spiermassa. Uw huisarts kan aanvullende metingen, zoals de buikomvang, meenemen voor een beter beeld.


Redactionele verantwoording

De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.

Disclaimer

Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.