BMI berekenen formule: uitleg en categorieën
De BMI berekenen formule is een eenvoudige wiskundige methode om te beoordelen of uw gewicht in verhouding staat tot uw lengte. De berekening deelt uw gewicht in kilogram door het kwadraat van uw lengte in meters. Gezondheidsorganisaties zoals de WHO en het RIVM gebruiken de BMI als screeningsinstrument voor overgewicht en obesitas. In dit artikel leest u hoe de formule werkt, hoe u uw eigen BMI stap voor stap berekent, wat de beperkingen zijn en wanneer het verstandig is om een arts te raadplegen.
Samenvatting: De BMI-formule berekent de Body Mass Index door uw gewicht in kilogram te delen door het kwadraat van uw lengte in meters (BMI = kg / m²).
- De formule luidt: BMI = gewicht (kg) gedeeld door lengte² (m²), ook wel de Quetelet-index genoemd.
- WHO-categorieën voor volwassenen: ondergewicht onder 18,5, normaal gewicht 18,5 tot 24,9, overgewicht 25,0 tot 29,9, obesitas vanaf 30,0.
- Voor mensen met een Zuid-Aziatische of Oost-Aziatische achtergrond gelden lagere drempelwaarden: overgewicht vanaf BMI 23 en obesitas vanaf 27,5.
- De BMI meet geen vetdistributie of spiermassa; de middelomtrek is een belangrijke aanvullende meting in de klinische praktijk.
- Bij een BMI buiten het normale bereik, onbedoeld gewichtsverlies of gewichtsgerelateerde klachten is een consult bij de huisarts aangewezen.
- Volwassenen met obesitas (BMI 30 of hoger) kunnen via de basisverzekering in aanmerking komen voor een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI).
Table of Contents
Wat is de BMI-formule en hoe werkt de berekening?
De BMI-formule deelt het lichaamsgewicht in kilogram door het kwadraat van de lichaamslengte in meters. De WHO hanteert zes categorieën, van ondergewicht (onder 18,5) tot obesitas graad III (40 of hoger).
De BMI-formule berekent de Body Mass Index door het lichaamsgewicht in kilogram te delen door het kwadraat van de lichaamslengte in meters: BMI = gewicht (kg) / lengte² (m²). Het resultaat heeft formeel de eenheid kg/m²; in de praktijk en in patiëntcommunicatie wordt de eenheid vaak weggelaten en wordt alleen het getal vermeld. De formule werd in de negentiende eeuw ontwikkeld door de Belgische wiskundige Adolphe Quetelet en wordt daarom ook wel de Quetelet-index genoemd.[1]
De BMI is geen directe meting van lichaamsvet, maar een indirecte schatting. Gezondheidsorganisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gebruiken de BMI als screeningsinstrument omdat de berekening eenvoudig, goedkoop en reproduceerbaar is. De NHG-standaard Obesitas en het Farmacotherapeutisch Kompas hanteren de BMI als een van de uitgangspunten bij de beoordeling van overgewicht en obesitas.
De door de WHO vastgestelde BMI-categorieën voor volwassenen zijn:
-
Ondergewicht: BMI onder 18,5
-
Normaal gewicht: BMI van 18,5 tot 24,9
-
Overgewicht: BMI van 25,0 tot 29,9
-
Obesitas graad I: BMI van 30,0 tot 34,9
-
Obesitas graad II: BMI van 35,0 tot 39,9
-
Obesitas graad III: BMI van 40,0 of hoger
Deze grenzen zijn vastgesteld op basis van bevolkingsonderzoek naar het verband tussen BMI en gezondheidsrisico's zoals hart- en vaatziekten en diabetes type 2.
Voor mensen met een Zuid-Aziatische of Oost-Aziatische achtergrond worden in internationale richtlijnen, waaronder een WHO-expertconsultatie over BMI in Aziatische populaties, lagere drempelwaarden gehanteerd: overgewicht wordt daar al aangehouden bij een BMI van 23 of hoger, en obesitas bij een BMI van 27,5 of hoger. Dit komt doordat gezondheidsrisico's bij deze groepen al bij een lagere BMI kunnen optreden. Thuisarts.nl en de NHG-standaard Obesitas geven hierover nadere uitleg.
Hoe bereken ik mijn eigen BMI stap voor stap?
Meet uw lengte in meters, kwadrateer dat getal en deel uw gewicht in kilogram door de uitkomst. Bij 80 kg en 1,72 m is de BMI bijvoorbeeld 27,0, wat valt in de categorie overgewicht.
U berekent uw eigen BMI in drie stappen: meet uw lengte in meters, kwadrateer dat getal, en deel vervolgens uw gewicht in kilogram door de uitkomst. Een concreet voorbeeld maakt dit duidelijk.
Stap 1: Meet uw lengte nauwkeurig Sta rechtop zonder schoenen, met de hielen tegen de muur. Noteer de lengte in meters, bijvoorbeeld 1,72 m.
Stap 2: Kwadrateer de lengte 1,72 × 1,72 = 2,9584
Stap 3: Deel het gewicht door de uitkomst Bij een gewicht van 80 kg: 80 / 2,9584 = 27,0
De BMI in dit voorbeeld is 27,0 kg/m² (afgerond op één decimaal), wat valt in de categorie overgewicht (25,0 tot 29,9). Let op: door afronding kan een uitkomst net op een categoriegrens vallen; bij twijfel is een beoordeling door een zorgverlener zinvol.
Een paar praktische aandachtspunten bij de meting:
-
Weeg uzelf bij voorkeur 's ochtends, na het toiletbezoek en voor het ontbijt, voor de meest consistente uitkomst.
-
Gebruik een betrouwbare weegschaal die op een harde, vlakke ondergrond staat.
-
Draag zo min mogelijk kleding tijdens het wegen, of trek een vaste hoeveelheid af voor kleding (doorgaans 0,5 tot 1,0 kg).
-
Herhaal de meting op hetzelfde tijdstip als u de BMI in de loop van de tijd wilt vergelijken.
Voor kinderen en jongeren tot 18 jaar gelden aparte groeicurven en leeftijdsspecifieke percentielen; de standaard BMI-categorieën voor volwassenen zijn op hen niet van toepassing.[4] De JGZ-richtlijn Overgewicht, beheerd door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), beschrijft hoe de BMI bij kinderen correct wordt geïnterpreteerd. Raadpleeg bij twijfel de eigen huisarts of jeugdarts.
Zijn er grenzen aan wat de BMI-formule kan meten?
De BMI meet alleen de verhouding tussen gewicht en lengte en geeft geen informatie over vetdistributie of spiermassa. In de klinische praktijk wordt de BMI daarom aangevuld met de middelomtrek.
De BMI-formule meet uitsluitend de verhouding tussen gewicht en lengte en geeft geen informatie over de verdeling van lichaamsvet, spiermassa of botdichtheid. Dit is de belangrijkste beperking van de methode. Iemand met veel spiermassa, zoals een krachtsporter, kan een BMI boven 25 hebben zonder dat er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico. Omgekeerd kan iemand met een normale BMI toch een ongezonde hoeveelheid buikvet hebben, wat wel degelijk een risicofactor is voor hart- en vaatziekten en stofwisselingsziekten.
De verdeling van lichaamsvet is klinisch relevanter dan het totale gewicht alleen. Buikvet (visceraal vet) is metabolisch actiever en gaat vaker gepaard met insulineresistentie dan onderhuids vet op heupen en dijen.[4] Daarom wordt de BMI in de klinische praktijk vaak aangevuld met de middelomtrek, zoals beschreven in de NHG-standaard Obesitas en het Farmacotherapeutisch Kompas:
-
Voor vrouwen geldt een verhoogd risico bij een middelomtrek van 80 cm of meer, en een sterk verhoogd risico bij 88 cm of meer.
-
Voor mannen geldt een verhoogd risico bij 94 cm of meer, en een sterk verhoogd risico bij 102 cm of meer.
De middelomtrek wordt gemeten op het midden tussen de onderste ribrand en de bovenkant van het heupbeen, na een normale uitademing, met een niet-elastisch meetlint.[4][5] Thuisarts.nl en het Voedingscentrum geven een eenduidige uitleg van de meetmethode.
Daarnaast houdt de BMI geen rekening met leeftijdsgerelateerde veranderingen in lichaamssamenstelling. Oudere volwassenen verliezen doorgaans spiermassa terwijl het vetpercentage toeneemt, waardoor de BMI de werkelijke gezondheidssituatie kan onderschatten.[6] Ook bij zwangerschap, bepaalde aandoeningen zoals oedeem, en bij mensen met een amputatie is de BMI-formule niet zonder meer bruikbaar. In al deze situaties is een beoordeling door een zorgverlener noodzakelijk voor een juiste interpretatie.
Wanneer is het zinvol om met een arts over mijn BMI te praten?
Raadpleeg de huisarts als uw BMI buiten het normale bereik valt, bij onbedoeld gewichtsverlies van meer dan 5 procent in drie maanden, of bij klachten die kunnen wijzen op diabetes of hart- en vaatziekten.
Een gesprek met de eigen huisarts is zinvol wanneer uw BMI buiten het normale bereik valt, wanneer u klachten heeft die mogelijk samenhangen met uw gewicht, of wanneer u overweegt uw leefstijl te veranderen en daarbij begeleiding wilt. De huisarts kan de BMI in de juiste context plaatsen, aanvullende metingen uitvoeren zoals de middelomtrek en een bloeddrukmeting, en zo nodig bloedonderzoek aanvragen naar bloedsuiker en bloedvetten.
Er zijn situaties waarbij het raadzaam is om niet te wachten op een regulier consult:
-
Onbedoeld gewichtsverlies van meer dan 5 procent van het lichaamsgewicht in drie maanden, zonder aanwijsbare oorzaak.[13]
-
Snel toenemend gewicht in combinatie met kortademigheid, vermoeidheid of zwelling van de benen.
-
Klachten die kunnen wijzen op diabetes, zoals overmatige dorst, frequent urineren of wazig zien.
-
Psychische klachten rondom eten, gewicht of lichaamsbeeld die het dagelijks functioneren beïnvloeden.
Bij acute klachten zoals hevige pijn op de borst of ernstige kortademigheid belt u altijd 112. Voor dringende vragen buiten kantooruren kunt u de huisartsenpost bellen.
In Nederland vergoeden zorgverzekeraars via de basisverzekering een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) voor volwassenen met obesitas (BMI van 30 of hoger), maar ook voor volwassenen met een BMI tussen 25 en 30 in combinatie met een verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico, zoals een te grote middelomtrek of een aandoening als diabetes type 2 of hoge bloeddruk. Of u hiervoor in aanmerking komt, bespreekt u met uw huisarts, die u zo nodig verwijst. Het Zorginstituut Nederland publiceert de actuele voorwaarden voor GLI-vergoeding; Thuisarts.nl geeft hierover patiëntvriendelijke uitleg.
Gewichtsbeheersende geneesmiddelen zijn in Nederland voor de meeste mensen niet via de basisverzekering vergoed; de voorwaarden worden periodiek beoordeeld door het Zorginstituut Nederland.[11][12] De huisarts kan u informeren over de actuele situatie en u doorverwijzen naar een diëtist, internist of andere specialist wanneer dat medisch geïndiceerd is.
Scientific References
- Adolphe Quetelet (1796-1874)--the average man and indices of obesity.
- Appropriate body-mass index for Asian populations and its implications for policy and intervention strategies (WHO Expert Consultation).
- Rationale for redefining obesity in Asians.
- NHG-Standaard Obesitas.
- Totstandkoming en methoden – NHG-Standaard Obesitas (M95).
- Sarcopenia and Sarcopenic Obesity and Mortality Among Older Adults.
- Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) (Zvw).
- Standpunt gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) bij overgewicht en obesitas.
- Addendum – De gecombineerde leefstijlinterventie nader bekeken.
- Obesitaszorg en zorg bij overgewicht.
- Zorginstituut: obesitasmedicijnen eerst beschikbaar voor mensen met hoogste ziektelast.
- Advies – wel of niet vergoeden semaglutide (Wegovy®) voor de behandeling van obesitas.
- Ik ben te veel afgevallen en wil weer sterker worden.
Frequently Asked Questions
Wat is de formule om de BMI te berekenen?
De BMI-formule luidt: BMI = gewicht (kg) gedeeld door lengte² (m²). Bij een gewicht van 80 kg en een lengte van 1,72 m is de BMI bijvoorbeeld 80 gedeeld door 2,9584, wat uitkomt op 27,0.
Wat zijn de BMI-categorieën voor volwassenen volgens de WHO?
De WHO onderscheidt zes categorieën: ondergewicht (onder 18,5), normaal gewicht (18,5 tot 24,9), overgewicht (25,0 tot 29,9), obesitas graad I (30,0 tot 34,9), obesitas graad II (35,0 tot 39,9) en obesitas graad III (40,0 of hoger).
Is de BMI-formule voor iedereen even betrouwbaar?
Nee, de BMI houdt geen rekening met spiermassa, vetdistributie of leeftijdsgerelateerde veranderingen in lichaamssamenstelling. Daarom wordt de BMI in de klinische praktijk aangevuld met de middelomtrek en een beoordeling door een zorgverlener.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.



