Gewichtsverlies
11
 min leestijd

Overgewicht per gemeente in Nederland

Geschreven door
Bolt Med
Gepubliceerd
11.10.2026
Laatst bijgewerkt
11.10.2026

Overgewicht per gemeente verschilt in Nederland aanzienlijk: van circa 40 tot ruim 60 procent van de volwassen bevolking, afhankelijk van de regio. Het RIVM publiceert via volksgezondheidenzorg.info interactieve kaarten waarop gemeentelijke cijfers te raadplegen zijn. Gemeenten in Zeeland, Groningen en Friesland scoren doorgaans hoger dan steden in de Randstad. Inzicht in deze regionale spreiding helpt beleidsmakers, huisartsen en GGD-en om preventie en zorg gerichter in te zetten. Dit artikel legt uit hoe de cijfers tot stand komen, welke factoren de verschillen verklaren en wanneer overgewicht een reden is om naar de huisarts te gaan.

Samenvatting: Overgewicht per gemeente varieert in Nederland van circa 40 tot ruim 60 procent van de volwassen bevolking, met de hoogste percentages in Zeeland, Groningen en Friesland en de laagste in grote Randstadgemeenten.

  • Overgewicht is gedefinieerd als een BMI van 25 kg/m² of hoger; obesitas begint bij 30 kg/m² of hoger (NHG-standaard Obesitas).
  • Het RIVM publiceert gemeentecijfers via volksgezondheidenzorg.info op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (2022), uitgevoerd met GGD-en en CBS.
  • Regionale verschillen worden verklaard door sociaaleconomische positie, leefomgeving, demografische samenstelling en arbeidsomstandigheden.
  • Landelijk heeft circa 50 procent van de volwassenen overgewicht, waarvan ongeveer 15 procent obesitas (RIVM/GGD/CBS, 2022).
  • Bij een BMI van 30 kg/m² of hoger, snelle gewichtstoename of gerelateerde klachten is een bezoek aan de huisarts aangewezen.
  • Gecombineerde leefstijlinterventies (GLI) worden vergoed vanuit de basisverzekering voor volwassenen die aan de indicatiecriteria voldoen en vallen doorgaans niet onder het eigen risico.

Hoe verschilt overgewicht per gemeente in Nederland?

Het percentage volwassenen met overgewicht varieert per gemeente van circa 40 tot ruim 60 procent; gemeenten in Zeeland, Groningen en Friesland scoren doorgaans hoger dan Randstadgemeenten zoals Amsterdam en Utrecht.

Het percentage volwassenen met overgewicht verschilt aanzienlijk per gemeente in Nederland. Uit interactieve kaarten op volksgezondheidenzorg.info (VZinfo) van het RIVM en uit CBS StatLine-tabellen blijkt een spreiding van ruwweg 40 tot ruim 60 procent van de volwassen bevolking, afhankelijk van de gemeente. Overgewicht wordt gedefinieerd als een body-mass-index (BMI) van 25 kg/m² of hoger; ernstig overgewicht (obesitas) begint bij een BMI van 30 kg/m² of hoger. Deze definities zijn afkomstig uit de NHG-standaard Obesitas en worden ook gehanteerd door het RIVM.

Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van het RIVM, de GGD-en en het CBS blijkt dat gemeenten in Zeeland, Groningen, Friesland en delen van Limburg doorgaans hogere percentages overgewicht rapporteren dan gemeenten in de Randstad, zoals Amsterdam, Utrecht en Leiden. Dit patroon is al meerdere jaren zichtbaar in opeenvolgende meetrondes. Bij het beoordelen van verschillen tussen gemeenten is het van belang rekening te houden met de betrouwbaarheidsintervallen die het RIVM per gemeente publiceert: bij kleinere gemeenten zijn deze marges groter, waardoor kleine onderlinge verschillen niet altijd statistisch betekenisvol zijn.

Belangrijk om te begrijpen is dat gemeentelijke cijfers gemiddelden zijn. Binnen één gemeente kunnen wijken of buurten sterk van elkaar verschillen. Bovendien meten de monitors zelfgerapporteerd gewicht en lengte, wat de werkelijke prevalentie licht kan onderschatten omdat mensen hun gewicht soms iets lager en hun lengte iets hoger opgeven dan gemeten waarden.[8][9]

Deze regionale spreiding heeft praktische gevolgen: gemeenten met een hoog percentage overgewicht staan voor een grotere preventieve opgave en hebben vaker te maken met gerelateerde aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten en gewrichtsklachten. Inzicht in de lokale cijfers helpt beleidsmakers, huisartsen en GGD-en om preventie en zorg gerichter in te zetten.

Regio / kenmerk Overgewicht prevalentie Bepalende factoren Databron Aandachtspunten bij interpretatie
Landelijk gemiddelde (Nederland) Circa 50% van volwassenen, waarvan circa 15% obesitas Combinatie van sociaaleconomische, omgevings- en gedragsfactoren Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen, RIVM/GGD/CBS 2022 Gebaseerd op zelfgerapporteerd gewicht; werkelijke prevalentie ligt mogelijk iets hoger
Zeeland, Groningen, Friesland, delen van Limburg Doorgaans hoger dan landelijk gemiddelde (tot ruim 60%) Lager gemiddeld opleidingsniveau, lager inkomen, minder groenvoorzieningen Gezondheidsmonitor RIVM, volksgezondheidenzorg.info Betrouwbaarheidsintervallen groter bij kleinere gemeenten; kleine verschillen niet altijd significant
Randstad (Amsterdam, Utrecht, Leiden) Doorgaans lager dan landelijk gemiddelde (rond 40%) Hoger opleidingsniveau, hogere inkomens, betere fietsinfrastructuur Gezondheidsmonitor RIVM, CBS StatLine Binnen gemeenten kunnen wijken sterk van elkaar verschillen
Gemeenten met veel zittend en ploegendienst werk Verhoogd risico op overgewicht Verstoorde slaap- en eetpatronen door onregelmatige diensten RIVM programma Leefomgeving en Gezondheid Arbeidsomstandigheden zijn een minder zichtbare maar relevante factor
Gemeenten met ouder bevolkingsprofiel Verhoogde prevalentie, leeftijd is bekende determinant Leeftijd: kans op overgewicht neemt toe met de jaren Zorgstandaard Obesitas, Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) Demografische samenstelling meewegen bij vergelijking tussen gemeenten
Definitie overgewicht (alle gemeenten) BMI 25 kg/m2 of hoger; obesitas vanaf BMI 30 kg/m2 Niet applicable NHG-standaard Obesitas, RIVM Tailleomtrek aanvullende indicator: vrouwen 88 cm of meer, mannen 102 cm of meer
Raadplegen lokale cijfers Spreiding ruwweg 40 tot ruim 60% per gemeente Niet applicable volksgezondheidenzorg.info, CBS StatLine, regionale GGD-website Controleer altijd het meetjaar; monitor wordt eens per vier jaar uitgevoerd

Welke factoren verklaren regionale verschillen in lichaamsgewicht?

Regionale verschillen in overgewicht worden verklaard door een samenspel van sociaaleconomische positie, leefomgeving, culturele en demografische factoren en arbeidsomstandigheden, niet door individuele wilskracht alleen.

Regionale verschillen in overgewicht worden verklaard door een combinatie van sociaaleconomische, omgevings- en gedragsfactoren die niet gelijkmatig over Nederland zijn verdeeld. Geen enkele factor staat op zichzelf; het gaat altijd om een samenspel.

Sociaaleconomische positie speelt een centrale rol. Gemeenten met een lager gemiddeld opleidingsniveau en lager inkomen tonen consistent hogere overgewichtscijfers. Dit hangt samen met:

  • Beperktere toegang tot gevarieerde, voedzame voeding

  • Minder mogelijkheden voor sportdeelname

  • Hogere blootstelling aan stress en onzekerheid, wat eetgedrag beïnvloedt

De leefomgeving is eveneens relevant. In wijken met weinig groenvoorzieningen, veel fastfoodaanbod en slechte fietsinfrastructuur is het moeilijker om een actieve leefstijl te onderhouden. Het RIVM (programma Leefomgeving en Gezondheid) en de Zorgstandaard Obesitas van het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) benadrukken dat leefstijlinterventies alleen effectief zijn als de omgeving ze ondersteunt.[10]

Culturele en demografische factoren dragen ook bij. Gemeenten met een specifieke bevolkingssamenstelling, bijvoorbeeld een ouder gemiddeld inwonersprofiel of een bepaalde etnische samenstelling, kunnen om die reden hogere of lagere prevalenties laten zien. Leeftijd is een bekende determinant: de kans op overgewicht neemt toe met de jaren.

Arbeidsomstandigheden zijn een minder zichtbare factor. In regio's met veel beroepen waarbij langdurig zittend werk gecombineerd wordt met onregelmatige diensten, zoals bepaalde transport- en logistiekfuncties of kantoorberoepen met ploegendiensten, is het risico op gewichtstoename groter door verstoorde slaap- en eetpatronen.

Het is van belang deze factoren niet te moraliseren: overgewicht is zelden een kwestie van individuele wilskracht alleen. De Gezondheidsraad heeft in meerdere adviezen over voedsel- en beweegomgeving benadrukt dat effectieve aanpak vraagt om beleid op meerdere niveaus tegelijk, van individu tot gemeente.

Wat zeggen de cijfers van het RIVM over overgewicht in jouw regio?

Het RIVM publiceert gemeentecijfers via volksgezondheidenzorg.info op basis van de Gezondheidsmonitor 2022; landelijk heeft circa 50 procent van de volwassenen overgewicht, waarvan 15 procent obesitas.

Het RIVM publiceert via de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen, uitgevoerd samen met de GGD-en en het CBS, gedetailleerde cijfers over overgewicht per GGD-regio en per gemeente in Nederland. De Gezondheidsmonitor wordt eens per vier jaar uitgevoerd; de meest recente editie waarvan gemeentecijfers breed beschikbaar zijn, dateert uit 2022. Controleer op volksgezondheidenzorg.info of een recentere editie beschikbaar is, en let altijd op het vermelde meetjaar van de getoonde data.

Landelijk heeft volgens de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (RIVM/GGD/CBS, 2022) ongeveer 50 procent van de volwassenen overgewicht, waarvan circa 15 procent obesitas. Voor actuele landelijke trendcijfers per jaar kan ook CBS StatLine worden geraadpleegd via de tabel Leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek, gebaseerd op de CBS Gezondheidsenquête.

De regionale uitsplitsing is te raadplegen via CBS StatLine (het open dataportaal van het CBS) en via de volksgezondheidenzorg.info-website van het RIVM. Op die laatste site zijn interactieve kaarten beschikbaar waarop per gemeente het percentage overgewicht, obesitas en gerelateerde risicofactoren zichtbaar is. Zoekopdrachten zijn mogelijk op gemeentenaam, GGD-regio of provincie.

Bij het interpreteren van deze cijfers zijn enkele kanttekeningen op hun plaats:

  • Betrouwbaarheidsintervallen: bij kleine gemeenten zijn de marges groter, waardoor kleine verschillen tussen gemeenten statistisch niet altijd betekenisvol zijn. Het RIVM publiceert deze intervallen in het methoderapport van de Gezondheidsmonitor.

  • Meetjaar: de monitor wordt niet jaarlijks herhaald voor alle gemeenten; controleer altijd het meetjaar van de getoonde data.

  • Zelfrapportage: zoals eerder vermeld, kan zelfgerapporteerd gewicht de werkelijke prevalentie licht onderschatten.[8][9]

Naast de Gezondheidsmonitor publiceert het RIVM ook de VZinfo-factsheets per aandoening, die overgewicht koppelen aan comorbiditeiten zoals diabetes type 2, hypertensie en slaapapneu. Deze bronnen zijn openbaar toegankelijk en bedoeld voor zowel professionals als geïnteresseerde burgers.

Wie de cijfers voor de eigen gemeente wil opzoeken, kan terecht op volksgezondheidenzorg.info of de website van de regionale GGD, die soms aanvullende lokale analyses publiceert.

Wanneer is overgewicht een reden om naar de huisarts te gaan?

Een BMI van 30 kg/m² of hoger, snelle gewichtstoename of klachten zoals kortademigheid en gewrichtspijn zijn redenen om de huisarts te raadplegen, ook zonder andere aandoeningen.

Overgewicht is een reden om naar de eigen huisarts te gaan wanneer het gepaard gaat met gezondheidsklachten, risicofactoren of een BMI van 30 kg/m² of hoger, ook als er nog geen klachten zijn. De NHG-standaard Obesitas adviseert huisartsen om bij een BMI van 25 kg/m² of hoger aanvullende risicofactoren in kaart te brengen, zoals een verhoogde bloeddruk, een gestoorde nuchtere bloedglucose (gedefinieerd als 6,1 mmol/L of hoger, conform de NHG-standaard Diabetes mellitus type 2) of een belaste familieanamnese voor hart- en vaatziekten.[4] Ook een verhoogde tailleomtrek (bij vrouwen 88 cm of meer, bij mannen 102 cm of meer) is een aanvullende risico-indicator die de huisarts kan meewegen.

Signalen waarbij contact met de huisarts verstandig is:

  • BMI van 30 kg/m² of hoger, ongeacht de aanwezigheid van klachten

  • Snelle gewichtstoename zonder duidelijke oorzaak

  • Klachten die kunnen samenhangen met overgewicht, zoals kortademigheid bij geringe inspanning, gewrichtspijn, vermoeidheid of snurken met ademstops

  • Verhoogde bloeddruk of bloedsuikerwaarden die bij een eerdere meting zijn vastgesteld

  • Mislukken van herhaalde pogingen tot gewichtsreductie via leefstijlaanpassing

De huisarts kan een individueel risicoprofiel opstellen, doorverwijzen naar een diëtist, leefstijlcoach of beweegprogramma, en beoordelen of aanvullend onderzoek nodig is. In Nederland worden gecombineerde leefstijlinterventies (GLI) vergoed vanuit de basisverzekering voor volwassenen die aan de indicatiecriteria voldoen, zoals een BMI van 25 kg/m² of hoger in combinatie met een verhoogd gezondheidsrisico. GLI valt in Nederland doorgaans niet onder het eigen risico.[5][7] De huisarts verwijst door en kan informeren over de exacte voorwaarden; meer informatie is te vinden via Zorginstituut Nederland en thuisarts.nl.

Bij acute klachten zoals hevige pijn op de borst, plotselinge ernstige kortademigheid of bewustzijnsverlies geldt: bel 112. Voor dringende vragen buiten kantooruren is de huisartsenpost bereikbaar. Bijwerkingen van eventuele medicamenteuze behandeling kunnen worden gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb.

Overgewicht is een chronische aandoening die langdurige begeleiding vraagt. Een gesprek met de huisarts is de eerste stap om te bepalen welke aanpak passend is voor de individuele situatie.

Scientific References

  1. .
  2. .
  3. .
  4. .
  5. .
  6. .
  7. .
  8. .
  9. .
  10. .

Frequently Asked Questions

Waar kan ik het percentage overgewicht in mijn gemeente opzoeken?

U kunt de cijfers per gemeente raadplegen via volksgezondheidenzorg.info van het RIVM, waar interactieve kaarten beschikbaar zijn. Ook CBS StatLine biedt regionale overgewichtscijfers op basis van de Gezondheidsmonitor en de CBS Gezondheidsenquête.

Waarom hebben sommige gemeenten meer overgewicht dan andere?

Verschillen tussen gemeenten hangen samen met sociaaleconomische factoren zoals opleidingsniveau en inkomen, de lokale leefomgeving, demografische samenstelling en arbeidsomstandigheden. Geen enkele factor staat op zichzelf; het gaat altijd om een combinatie.

Wordt begeleiding bij overgewicht vergoed door de zorgverzekering?

Gecombineerde leefstijlinterventies (GLI) worden vergoed vanuit de basisverzekering voor volwassenen met een BMI van 25 kg/m² of hoger in combinatie met een verhoogd gezondheidsrisico, en vallen doorgaans niet onder het eigen risico. De huisarts kan doorverwijzen en informeren over de exacte voorwaarden.


Redactionele verantwoording

De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.

Disclaimer

Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.