PCOS en PCO/PCOM: verschil, klachten en diagnose
PCOS en PCO/PCOM zijn begrippen die vaak door elkaar worden gebruikt, maar een belangrijk klinisch verschil kennen. PCOS (polycysteus-ovariumsyndroom) is een hormonale stoornis met mogelijke gevolgen voor de vruchtbaarheid en stofwisseling, terwijl PCO of PCOM uitsluitend een echografisch beeld beschrijft zonder bijbehorende klachten. De term 'PMOS' is in de Nederlandse richtlijnen niet gangbaar. In dit artikel leest u wat het verschil is, welke klachten bij PCOS horen, hoe de diagnose wordt gesteld en wanneer u een specialist moet raadplegen.
Samenvatting: PCOS is een hormonale stoornis met specifieke diagnostische criteria, terwijl PCO of PCOM uitsluitend een echografisch beeld van de eierstokken beschrijft zonder bijbehorende klachten of syndroom.
- PCOS wordt gediagnosticeerd op basis van minimaal twee van de drie Rotterdam-criteria: verstoorde eisprong, hyperandrogenisme en polycysteuze ovariummorfologie op echografie.
- PCO of PCOM beschrijft alleen het echografische beeld van eierstokken met veel kleine follikels, zonder hormonale ontregeling of menstruatiestoornissen.
- Veelvoorkomende klachten bij PCOS zijn onregelmatige menstruatie, hirsutisme, acne, haaruitval en verminderde vruchtbaarheid; PCO/PCOM geeft doorgaans geen klachten.
- PCOS verhoogt het risico op cardiometabole risicofactoren zoals type 2 diabetes, dyslipidemie en hypertensie.
- Hormonale anticonceptie kan hormoonwaarden en het echografische beeld beïnvloeden, waardoor diagnostiek soms pas betrouwbaar is na een stopperiode van circa drie maanden.
- PCO/PCOM vereist doorgaans geen behandeling; PCOS vraagt om zorgvuldige begeleiding door huisarts, gynaecoloog of internist afhankelijk van de klachten.
Table of Contents
Wat is het verschil tussen PCOS en PCO/PCOM?
PCOS is een hormonaal syndroom met minimaal twee Rotterdam-criteria, terwijl PCO/PCOM uitsluitend een echografisch beeld beschrijft zonder hormonale ontregeling of klachten.
PCOS (polycysteus-ovariumsyndroom) en PCO of PCOM (polycysteuze ovariummorfologie) zijn twee verschillende begrippen die regelmatig met elkaar worden verward, maar een wezenlijk onderscheid kennen. In Nederland hanteren de NVOG en de NHG de termen PCO of PCOM voor het echografische beeld zonder bijbehorend syndroom; de aanduiding 'PMOS' is in de Nederlandse richtlijnen niet gangbaar.
PCOS is een hormonale stoornis waarbij minimaal twee van de drie zogenoemde Rotterdam-criteria aanwezig zijn: onregelmatige of uitblijvende eisprong, verhoogde androgeenspiegels (of klinische tekenen daarvan zoals overmatige haargroei) en een polycysteuze morfologie van de eierstokken op echografie. PCO/PCOM daarentegen beschrijft uitsluitend het echografische beeld van eierstokken met veel kleine follikels, zonder dat er sprake hoeft te zijn van hormonale ontregeling of menstruatiestoornissen.
Het onderscheid is klinisch relevant. Bij PCO/PCOM zijn de eierstokken morfologisch afwijkend op de echo, maar functioneren de hormoonhuishouding en de eisprong normaal. Belangrijk is dat hormonale anticonceptie de echografische beoordeling en de hormoonwaarden kan beïnvloeden, waardoor diagnostiek soms pas betrouwbaar is na een stopperiode. Bij vrouwen met een sterk laag lichaamsgewicht of hypothalame amenorroe kunnen de eierstokken op echo een multifolliculair beeld tonen dat verschilt van PCOM bij PCOS; deze beelden mogen niet zonder meer gelijkgesteld worden.[1][2] PCO/PCOM is op zichzelf geen ziekte en vereist doorgaans geen behandeling.
PCOS daarentegen is een syndroom met mogelijke gevolgen voor de vruchtbaarheid, de stofwisseling en cardiometabole risicofactoren op de lange termijn. Bewijs voor verhoogde cardiometabole risicofactoren (zoals type 2 diabetes, dyslipidemie en hypertensie) is duidelijk aanwezig; of dit ook leidt tot meer harde cardiovasculaire eindpunten is minder eenduidig. Volgens de NHG-standaard Subfertiliteit en de richtlijnen van de NVOG is een zorgvuldige diagnose essentieel om onnodige behandeling bij PCO/PCOM te voorkomen en adequate begeleiding bij PCOS te kunnen bieden. Het feit dat iemand een polycysteuze eierstokmorfolgie heeft op de echo, betekent dus niet automatisch dat er sprake is van PCOS.
| Kenmerk | PCOS | PCO/PCOM |
|---|---|---|
| Definitie | Hormonaal syndroom, minimaal twee van drie Rotterdam-criteria aanwezig | Uitsluitend echografisch beeld van eierstokken met veel kleine follikels |
| Diagnose criteria | Verstoorde eisprong, hyperandrogenisme en/of polycysteuze ovariummorfologie op echo | Polycysteuze morfologie op echo, zonder hormonale ontregeling of menstruatiestoornissen |
| Klachten | Onregelmatige menstruatie, hirsutisme, acne, haaruitval, vruchtbaarheidsproblemen | Geen klachten, toevalsbevinding op echo |
| Hormoonwaarden | Verhoogde androgeenspiegels, mogelijk verstoorde LH/FSH-verhouding | Normaal, geen biochemische afwijkingen |
| Gezondheidsrisicos op lange termijn | Verhoogd risico op type 2 diabetes, dyslipidemie, hypertensie, endometriumhyperplasie | Geen verhoogd risico op metabole of cardiovasculaire aandoeningen |
| Behandeling | Afhankelijk van klachten: leefstijl, hormonale therapie, vruchtbaarheidsbehandeling | Doorgaans geen behandeling nodig |
| Verwijzing specialist | Gynaecoloog, internist of endocrinoloog bij complexe klachten of kinderwens | Meestal niet nodig, bespreking met huisarts volstaat |
Welke klachten horen bij PCOS en PCO/PCOM?
PCOS veroorzaakt klachten zoals onregelmatige menstruatie, hirsutisme, acne en verminderde vruchtbaarheid; PCO/PCOM geeft per definitie geen hormonale klachten.
Vrouwen met PCOS kunnen een breed scala aan klachten ervaren, terwijl PCO/PCOM doorgaans geen klachten geeft. De meest voorkomende klachten bij PCOS zijn:
-
Onregelmatige of uitblijvende menstruatie door een verstoorde eisprong (oligo-ovulatie of anovulatie)
-
Overmatige haargroei op plaatsen waar mannen haar hebben, zoals de kin, de bovenlip of de borst (hirsutisme)
-
Acne en een vette huid, veroorzaakt door verhoogde androgeenspiegels
-
Haaruitval op het hoofd (androgenetische alopecia)
-
Moeite met zwanger worden als gevolg van onregelmatige eisprong
-
Gewichtstoename en moeite met afvallen: overgewicht en insulineresistentie komen bij PCOS vaker voor en beïnvloeden elkaar wederzijds; een eenduidige oorzaak-gevolgrelatie is niet altijd vast te stellen
-
Abnormaal of langdurig vaginaal bloedverlies: langdurige anovulatie kan leiden tot onregelmatig, hevig of langdurig bloedverlies. Dit is een reden om de huisarts te raadplegen, mede vanwege het risico op endometriumhyperplasie bij aanhoudende anovulatie
Daarnaast hebben vrouwen met PCOS een verhoogd risico op cardiometabole risicofactoren, waaronder type 2 diabetes mellitus, een verstoord lipidenpatroon en hoge bloeddruk.[6] Of dit ook leidt tot meer harde cardiovasculaire eindpunten is wetenschappelijk minder zeker. Psychische klachten zoals angst en depressie komen ook vaker voor bij PCOS, al is de precieze oorzaak hiervan nog niet volledig opgehelderd.[7][8]
Bij PCO/PCOM zijn er per definitie geen hormonale klachten. De menstruatiecyclus verloopt normaal, de eisprong vindt regelmatig plaats en er zijn geen tekenen van verhoogde androgeenspiegels. Het polycysteuze eierstokbeeld is een toevalsbevinding op de echo, bijvoorbeeld gemaakt in het kader van vruchtbaarheidsonderzoek of om een andere reden. Vrouwen met PCO/PCOM hoeven zich dan ook niet ongerust te maken over de gevolgen voor hun vruchtbaarheid of stofwisseling, tenzij er aanvullende klachten of bevindingen zijn die nader onderzoek rechtvaardigen.
Hoe worden PCOS en PCO/PCOM vastgesteld door een arts?
PCOS wordt vastgesteld via anamnese, bloedonderzoek naar androgeenspiegels en echografie, op basis van de Rotterdam-criteria; bij PCO/PCOM zijn hormoonwaarden normaal en de cyclus regelmatig.
De diagnose PCOS wordt gesteld op basis van de internationaal erkende Rotterdam-criteria, waarbij minimaal twee van de drie criteria aanwezig moeten zijn: een verstoorde eisprong, biochemische of klinische tekenen van hyperandrogenisme, en een polycysteuze ovariummorfologie op echografie. De huisarts of gynaecoloog stelt de diagnose na een combinatie van anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. Bij vrouwen die hormonale anticonceptie gebruiken, kunnen hormoonwaarden en het echografische beeld beïnvloed zijn; betrouwbare beoordeling is soms pas mogelijk na een stopperiode van ongeveer drie maanden, indien dit medisch en persoonlijk passend is. Bij amenorroe dient zwangerschap eerst te worden uitgesloten.
Anamnese en lichamelijk onderzoek omvatten vragen over de regelmaat van de menstruatiecyclus, klachten van overmatige haargroei of acne, en het meten van bloeddruk en gewicht. Ook wordt gekeken naar tekenen van insulineresistentie, zoals donkere huidverkleuringen in de huidplooien (acanthosis nigricans).
Bloedonderzoek richt zich op hormoonspiegels. Conform de NVOG-richtlijn en de internationale PCOS-richtlijn (2023) omvat dit doorgaans:
-
Totaal testosteron en SHBG (voor berekening van de vrije androgeenindex, FAI); DHEAS kan aanvullend worden bepaald[1]
-
Schildklierhormonen (TSH) en prolactine om andere oorzaken uit te sluiten
-
17-hydroxyprogesteron om niet-klassieke congenitale bijnierhyperplasie (CAH) uit te sluiten
-
LH en FSH kunnen worden bepaald, maar de LH/FSH-ratio is niet diagnostisch voor PCOS en heeft beperkte waarde als enkel criterium[1]
-
Nuchtere bloedglucose als basisscreening; bij vrouwen met PCOS en een BMI van 25 of hoger, of andere risicofactoren, adviseren richtlijnen een 75 g orale glucosetolerantietest (OGTT) voor opsporing van glykemische stoornissen.[1][12] Routinematige bepaling van nuchtere insuline maakt geen deel uit van de standaard basisdiagnostiek
Echografie van de eierstokken toont het aantal en de grootte van de follikels. Volgens de huidige internationale criteria (PCOS-richtlijn 2023) is er sprake van een polycysteuze ovariummorfologie wanneer er 20 of meer follikels per eierstok zichtbaar zijn bij gebruik van een transvaginale echo met hoge resolutie (minimaal 8 MHz), of wanneer het eierstokvolume groter is dan 10 milliliter.[1] Bij vrouwen binnen acht jaar na de eerste menstruatie (menarche) worden echo-criteria voor PCOS niet gebruikt, omdat het eierstokbeeld in deze periode fysiologisch nog kan variëren.
Bij PCO/PCOM zijn het echografische beeld aanwezig, maar de hormoonwaarden normaal en de menstruatiecyclus regelmatig. De arts zal dan ook geen aanvullende behandeling adviseren. Het is belangrijk dat de diagnose zorgvuldig wordt gesteld, omdat een onjuiste diagnose van PCOS onnodige ongerustheid en behandeling kan veroorzaken. In Nederland kan de huisarts het initiële onderzoek uitvoeren en zo nodig doorverwijzen naar een gynaecoloog of internist.
Wanneer is het verstandig om een specialist te raadplegen?
Raadpleeg de huisarts bij onregelmatige menstruatie, hirsutisme of zwangerschapswens; verwijzing naar gynaecoloog of internist volgt bij complexe klachten of diagnostische onduidelijkheid.
Het is verstandig om de eigen huisarts te raadplegen wanneer er klachten zijn die kunnen wijzen op PCOS, zoals een onregelmatige menstruatiecyclus, overmatige haargroei, aanhoudende acne of moeite met zwanger worden. De huisarts kan het eerste onderzoek uitvoeren en beoordelen of verwijzing naar een specialist nodig is.
Verwijzing naar een gynaecoloog is aangewezen bij:
-
Een kinderwens waarbij de eisprong niet of onregelmatig plaatsvindt
-
Amenorroe langer dan drie tot zes maanden, of een zeer onregelmatige cyclus, mede ter preventie van endometriumhyperplasie
-
Abnormaal, hevig of langdurig vaginaal bloedverlies, als mogelijke rode vlag voor endometriumproblematiek bij langdurige anovulatie
-
Onduidelijkheid over de diagnose na initieel onderzoek
Verwijzing naar een internist of endocrinoloog kan nodig zijn bij:
-
Aanwijzingen voor insulineresistentie of type 2 diabetes
-
Sterk verhoogde androgeenspiegels waarbij andere oorzaken, zoals een bijniertumor of niet-klassieke CAH, moeten worden uitgesloten
-
Complexe hormonale problematiek die buiten het bereik van de huisarts valt
Vrouwen bij wie op de echo een polycysteuze ovariummorfologie is gevonden zonder verdere klachten (PCO/PCOM), hoeven in de meeste gevallen niet naar een specialist verwezen te worden. Wel is het zinvol om de bevinding te bespreken met de huisarts, zodat duidelijk is wat het betekent en wat niet.
Bij acute klachten, zoals hevige buikpijn in combinatie met een opgezette buik, is het belangrijk buiten kantooruren direct contact op te nemen met de huisartsenpost. Dit kan wijzen op een ovariumcyste met complicaties. Bij ernstige of levensbedreigende symptomen dient 112 gebeld te worden. Voor niet-spoedeisende vragen over PCOS of PCO/PCOM is de eigen huisarts het juiste eerste aanspreekpunt in Nederland.
Scientific References
- Recommendations From the 2023 International Evidence-Based Guideline for the Assessment and Management of Polycystic Ovary Syndrome.
- NHG-Standaard Amenorroe.
- Screening for endometrial hyperplasia and endometrial cancer in premenopausal women with PCOS.
- Polycystic ovary syndrome is associated with a higher risk of premalignant and malignant endometrial polyps in premenopausal women.
- PCOS and Obesity: Contraception Challenges.
- Long-term cardiometabolic disease risk in women with PCOS: a systematic review and meta-analysis.
- Depressive and Anxiety Symptoms in Women with Polycystic Ovary Syndrome: A Meta-Analysis.
- Yoga as a complementary intervention for polycystic ovary syndrome management: a systematic review.
- Prevalence and outcomes of co-occurring psychiatric and endocrine, metabolic, and nutritional disorders.
- Using machine learning to discriminate non-classical 21-hydroxylase deficiency from polycystic ovary syndrome.
- Steroid Screening Tools Differentiating Nonclassical Congenital Adrenal Hyperplasia and Polycystic Ovary Syndrome.
- Dysglycemia screening with oral glucose tolerance test in adolescents with polycystic ovary syndrome and relationship with obesity.
- PCOS in Adolescents—Ongoing Riddles in Diagnosis and Treatment.
- Criteria for Diagnosis of Polycystic Ovary Syndrome during Adolescence: Literature Review.
- Challenges in diagnosis of polycystic ovary syndrome in adolescence.
- A Case Report: Treatment, follow-up, and literature review of type A insulin resistance syndrome (acanthosis nigricans en insulineresistentie bij PCOS-overlap).
- Comparison of Clinical, Metabolic, and Hormonal Profiles in Obese Versus Lean Women With Polycystic Ovary Syndrome: A Systematic Review and Meta-Analysis.
Frequently Asked Questions
Kan PCO/PCOM overgaan in PCOS?
PCO/PCOM is een echografisch beeld en geen voorstadium van PCOS. Alleen als er ook hormonale ontregeling of een verstoorde eisprong ontstaat, kan aan de Rotterdam-criteria voor PCOS worden voldaan.
Heeft PCO/PCOM invloed op de vruchtbaarheid?
Bij PCO/PCOM zonder bijkomende klachten verloopt de eisprong normaal en is de vruchtbaarheid doorgaans niet verminderd. Alleen bij PCOS, waarbij de eisprong verstoord is, kan de vruchtbaarheid worden beïnvloed.
Wat is de term PMOS en wordt die gebruikt in Nederland?
De term PMOS is in de Nederlandse medische richtlijnen, waaronder die van de NVOG en NHG, niet gangbaar. In Nederland worden de termen PCO of PCOM gebruikt voor het echografische eierstokbeeld zonder bijbehorend syndroom.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.




