Centraal slaapapneu syndroom: oorzaken en behandeling
Het centraal slaapapneu syndroom (CSAS) is een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis waarbij de hersenen tijdelijk stoppen met het aansturen van de ademhalingsspieren. Anders dan bij obstructief slaapapneu is er geen mechanische verstopping, maar een probleem in het centrale zenuwstelsel. De ademhaling stopt herhaaldelijk tijdens de slaap, wat leidt tot micro-ontwakingen en een sterk verminderde slaapkwaliteit. CSAS komt voor in verschillende vormen, waaronder de Cheyne-Stokes-variant bij hartfalen, een opioïdgerelateerde vorm en een primaire vorm. Diagnose vereist gespecialiseerd slaaponderzoek.
Samenvatting: Het centraal slaapapneu syndroom is een slaapstoornis waarbij de hersenen tijdelijk geen signaal sturen naar de ademhalingsspieren, waardoor de ademhaling herhaaldelijk stopt tijdens de slaap.
- CSAS ontstaat door een verstoorde aansturing vanuit het centrale zenuwstelsel, niet door een mechanische blokkade van de luchtweg.
- Diagnose vereist een volledige polysomnografie met een centrale apneu-index van 5 of meer per uur, waarbij meer dan 50% van de apneus van centrale oorsprong is.
- Veelvoorkomende risicogroepen zijn mensen met hartfalen, na een beroerte, of bij langdurig gebruik van opioïden of sedativa.
- Adaptieve servo-ventilatie (ASV) is gecontra-indiceerd bij patiënten met symptomatisch chronisch hartfalen en een LVEF van 45% of lager vanwege verhoogd sterfterisico.
- Behandeling is maatwerk en omvat apparaattherapie, behandeling van de onderliggende aandoening en soms aanvullende zuurstof of medicatie zoals acetazolamide.
- Raadpleeg de huisarts bij overmatige slaperigheid overdag, nachtelijke kortademigheid of een golfvormig ademhalingspatroon gemeld door een bedpartner.
Inhoudsopgave
Wat is het centraal slaapapneu syndroom?
CSAS is een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis waarbij de hersenen tijdelijk geen signaal sturen naar de ademhalingsspieren. Diagnose vereist een volledige polysomnografie met een centrale apneu-index van 5 of meer per uur.
Het centraal slaapapneu syndroom (CSAS) is een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis waarbij de hersenen tijdelijk geen signaal sturen naar de ademhalingsspieren, waardoor de ademhaling herhaaldelijk stopt tijdens de slaap. Anders dan bij een mechanische verstopping van de luchtweg, is er bij centraal slaapapneu sprake van een probleem in de aansturing vanuit het centrale zenuwstelsel. De ademhalingspauzes, ook wel apneus genoemd, duren doorgaans 10 seconden of langer en kunnen meerdere keren per uur optreden.
Diagnostisch wordt centraal slaapapneu onderscheiden van andere vormen op basis van een centrale apneu-index (CAI) van 5 of meer per uur, waarbij meer dan 50% van de geregistreerde ademstops van centrale oorsprong is. Deze drempelwaarden zijn ontleend aan internationale richtlijnen en worden ook gehanteerd in de Nederlandse specialistische praktijk.
Het syndroom kent verschillende vormen. De meest voorkomende is de zogenoemde Cheyne-Stokes-ademhaling, die vaak wordt gezien bij mensen met hartfalen of na een beroerte. Daarnaast bestaat er een vorm die samenhangt met het gebruik van opioïden, en een primaire (idiopathische) vorm waarbij geen duidelijke onderliggende oorzaak wordt gevonden. In alle gevallen leidt de verstoorde ademhaling tot herhaaldelijke micro-ontwakingen, waardoor de slaapkwaliteit sterk afneemt.
De diagnose wordt gesteld met behulp van een volledige polysomnografie (PSG), een uitgebreid slaaponderzoek waarbij onder meer de hersengolven, zuurstofverzadiging, kooldioxide-parameters en thoraco-abdominale ademhalingsbewegingen worden gemeten. De meting van ademhalingsinspanning is essentieel om de afwezigheid van centrale aansturing aan te tonen en centraal slaapapneu te onderscheiden van de obstructieve variant. Een beperkt thuisonderzoek is hiervoor in de meeste gevallen onvoldoende. In Nederland wordt volledige PSG uitgevoerd in gespecialiseerde slaapcentra of ziekenhuizen, conform de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) en de Federatie Medisch Specialisten (FMS).
| Kenmerk | Centraal slaapapneu (CSAS) | Obstructief slaapapneu (OSA) |
|---|---|---|
| Oorzaak | Hersenen sturen geen signaal naar ademhalingsspieren | Fysieke blokkade van de luchtweg door verslapping keelspieren |
| Ademhalingsinspanning tijdens apneu | Afwezig: geen thoraco-abdominale bewegingen | Aanwezig: borstkas en buik bewegen, maar geen luchtstroom |
| Diagnostisch criterium | Centrale apneu-index (CAI) van 5 of meer per uur, meer dan 50% centraal | Apneu-hypopneu-index (AHI) met overwegend obstructieve events |
| Kenmerkende klachten | Overmatige slaperigheid, kortademigheid bij ontwaken, minder prominent snurken | Luid snurken, overmatige slaperigheid, nachtelijk ontwaken |
| Veelvoorkomende risicofactoren | Hartfalen, beroerte, opioïdengebruik, hoge leeftijd (mannen) | Overgewicht, anatomische afwijkingen luchtweg, hogere leeftijd |
| Behandeling | ASV (gecontra-indiceerd bij LVEF 45% of lager), bi-level, zuurstof, acetazolamide | CPAP eerste keuze, mandibulaire repositieapparaat, chirurgie |
| Diagnostisch onderzoek | Volledige polysomnografie (PSG) in gespecialiseerd slaapcentrum vereist | PSG of beperkt thuisonderzoek mogelijk in geselecteerde gevallen |
Hoe verschilt centraal slaapapneu van obstructief slaapapneu?
Bij centraal slaapapneu ontbreekt de ademhalingsinspanning volledig door uitblijvend signaal vanuit de hersenstam, terwijl bij obstructief slaapapneu de luchtweg fysiek geblokkeerd is ondanks aanwezige inspanning.
Centraal slaapapneu verschilt van obstructief slaapapneu (OSA) doordat bij de centrale vorm de ademhalingspauzes ontstaan door een gebrek aan aansturing vanuit de hersenen, terwijl bij OSA de luchtweg fysiek wordt geblokkeerd door verslapping van de keelspieren. Dit onderscheid is klinisch relevant, omdat het de keuze van behandeling direct bepaalt.
Bij obstructief slaapapneu is de ademhalingsinspanning tijdens een apneu aantoonbaar aanwezig: de borstkas en buik bewegen, maar er komt geen lucht door de geblokkeerde luchtweg. Bij centraal slaapapneu ontbreekt deze inspanning juist volledig, omdat het signaal vanuit het ademhalingscentrum in de hersenstam uitblijft. Op een polysomnografie is dit verschil duidelijk zichtbaar aan de hand van de thoraco-abdominale bewegingen.
Een aparte categorie is het zogenoemde 'treatment-emergent' of complex slaapapneu: bij sommige patiënten die met CPAP worden behandeld voor verondersteld obstructief slaapapneu, komen tijdens de behandeling centrale apneus aan het licht die daarvoor niet zichtbaar waren. Dit benadrukt het belang van zorgvuldige follow-up na start van apparaattherapie.
Wat betreft behandeling geldt dat een standaard CPAP-apparaat (Continuous Positive Airway Pressure) bij centraal slaapapneu in sommige gevallen kan helpen, maar bij andere patiënten juist centrale events kan uitlokken of verergeren. De keuze voor een specifieke beademingsvorm is daarom maatwerk en vindt uitsluitend plaats in een specialistische setting. Adaptieve servo-ventilatie (ASV) is een optie die bij bepaalde vormen van centraal slaapapneu wordt overwogen, maar is uitdrukkelijk gecontra-indiceerd bij patiënten met symptomatisch chronisch hartfalen en een linkerventrikelejectiefractie (LVEF) van 45% of lager. Dit is een belangrijke veiligheidswaarschuwing die is opgenomen in de NVALT/FMS-richtlijnen en in de veiligheidsinformatie van fabrikanten van ASV-apparatuur. Bij deze patiëntengroep kan ASV de sterfte verhogen. Bi-level beademing kan in andere situaties worden overwogen, afhankelijk van de onderliggende oorzaak en het klinische beeld.
Naast apparaattherapie kunnen bij geselecteerde patiënten aanvullende of alternatieve behandelopties worden ingezet, zoals aanvullende zuurstoftherapie of, in specifieke indicaties, medicamenteuze behandeling (bijvoorbeeld acetazolamide). Dit zijn tweedelijns of derdelijns opties die uitsluitend in specialistisch verband worden afgewogen. Behandeling van een eventuele onderliggende aandoening, zoals hartfalen, vormt in alle gevallen een essentieel onderdeel van de aanpak. De NVALT/FMS-richtlijnen via de Richtlijnendatabase bieden hiervoor de Nederlandse vakinhoudelijke onderbouwing.
Welke klachten en risicofactoren horen bij deze aandoening?
De meest kenmerkende klacht is overmatige slaperigheid overdag door herhaaldelijke slaapverstoringen. Belangrijke risicogroepen zijn mensen met hartfalen, na een beroerte en gebruikers van opioïden of sedativa.
De meest kenmerkende klacht bij centraal slaapapneu is overmatige slaperigheid overdag, veroorzaakt door de herhaaldelijke verstoringen van de slaap. Andere veelvoorkomende klachten zijn:
-
Vermoeidheid en concentratieproblemen
-
Hoofdpijn bij het ontwaken
-
Nachtelijk wakker worden met een gevoel van kortademigheid
-
Onrustige slaap of frequent wakker worden
-
Prikkelbaarheid en stemmingswisselingen
Een kenmerk dat centraal slaapapneu onderscheidt van de obstructieve variant is dat prominent snurken minder vaak op de voorgrond staat. Bij de Cheyne-Stokes-variant rapporteren bedpartners soms een golfvormig patroon van ademhaling, waarbij perioden van diepe ademhaling worden afgewisseld met volledige stilstand. Dit patroon is kenmerkend en kan een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van hartfalen of een neurologische aandoening.
Wat betreft risicofactoren zijn de volgende groepen vaker getroffen:
-
Mensen met hartfalen: bij ernstig hartfalen komt centraal slaapapneu voor bij een aanzienlijk deel van de patiënten[6][7]
-
Mensen na een beroerte of met andere neurologische aandoeningen
-
Gebruikers van opioïden, sedativa of hypnotica (zoals benzodiazepinen): deze middelen kunnen de ademhalingsregulatie onderdrukken en het risico op centrale apneus verhogen; bespreek het gebruik van dergelijke medicatie altijd met de voorschrijver
-
Mensen op grote hoogte, waar de lagere zuurstofspanning de ademhalingsregulatie kan verstoren[13][14]
-
Oudere mannen, bij wie de primaire vorm vaker voorkomt
Het is van belang te benadrukken dat niet iedereen met bovengenoemde risicofactoren ook daadwerkelijk centraal slaapapneu ontwikkelt. De klachten overlappen bovendien sterk met andere slaapstoornissen, wat de diagnose zonder aanvullend onderzoek bemoeilijkt. De NVALT/FMS-richtlijnen via de Richtlijnendatabase en de informatie op Thuisarts.nl bieden verdere onderbouwing over risicofactoren en comorbiditeit.
Wanneer is het verstandig een arts te raadplegen?
Raadpleeg de huisarts bij regelmatige slaperigheid overdag, nachtelijke kortademigheid of een door de bedpartner gemeld golfvormig ademhalingspatroon. Bel 112 bij acute klachten zoals plotselinge ernstige kortademigheid of pijn op de borst.
Raadpleeg de eigen huisarts wanneer u regelmatig overdag slaperig bent, 's nachts herhaaldelijk wakker wordt met kortademigheid, of wanneer een bedpartner meldt dat uw ademhaling tijdens de slaap stopt of een golfvormig patroon vertoont. Deze klachten kunnen wijzen op een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis die nader onderzoek vereist. Vroegtijdige herkenning is van belang, omdat onbehandeld centraal slaapapneu de kwaliteit van leven aanzienlijk kan verminderen en bij mensen met hartfalen of andere onderliggende aandoeningen de prognose negatief kan beïnvloeden.
Bij acute klachten zoals plotselinge ernstige kortademigheid, pijn op de borst of bewustzijnsverlies dient u direct 112 te bellen. Voor urgente vragen buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de huisartsenpost.
De huisarts zal bij verdenking op slaapapneu een gerichte anamnese afnemen en zo nodig doorverwijzen naar een longarts, neuroloog of slaapcentrum voor polysomnografisch onderzoek. Wanneer de klachten passen bij Cheyne-Stokes-ademhaling in de context van hartfalen, is afstemming met de cardioloog gebruikelijk. In Nederland wordt polysomnografie als medisch-specialistisch diagnostisch onderzoek doorgaans vergoed vanuit de basisverzekering, waarbij het eigen risico van toepassing is. Raadpleeg voor actuele vergoedingsinformatie de website van Zorginstituut Nederland.
Mensen die al bekend zijn met hartfalen, een doorgemaakte beroerte hebben gehad of langdurig opioïden, sedativa of hypnotica gebruiken, doen er verstandig aan hun behandelend arts expliciet te vragen of slaapgerelateerde ademhalingsproblemen bij hen zijn uitgesloten. Vermoedt u dat een bijwerking van een geneesmiddel bijdraagt aan uw klachten, dan kunt u dit melden bij Bijwerkingencentrum Lareb. Een tijdige en juiste diagnose vormt de basis voor een effectieve behandeling en een betere slaapkwaliteit.
Wetenschappelijke bronnen
- Rules for scoring respiratory events in sleep: update of the 2007 AASM Manual for the Scoring of Sleep and Associated Events.
- Opioïden (groepstekst).
- Opioïden – vertraagde ademhaling.
- Zinnige Zorg – Verbetersignalement Obstructieve slaapapneu.
- Passende zorg dankzij aanpassing richtlijn slaapapneu.
- Treating sleep disordered breathing for cardiovascular outcomes: observational and randomised trial evidence.
- Assessing new treatments for central sleep apnoea in heart failure: sample size considerations for reliable detection of safety signals.
- Adaptive servo-ventilation in patients with heart failure and sleep apnea: Insights from the ADVENT-HF trial.
- The prevalence and polysomnographic characteristics of treatment-emergent central sleep apnea with obstructive sleep apnea.
- Treatment-emergent central sleep apnea: a unique sleep-disordered breathing.
- Pharmacological treatment for central sleep apnoea in adults.
- Efficacy of acetazolamide in adult sleep apnea: A systematic review of randomized controlled trials.
- Central Sleep Apnea at High Altitude: From Pathophysiology to Treatment.
- Worsening of central sleep apnea at high altitude – a role for cerebrovascular function.
- Ik denk dat ik slaap-apneu heb.
- Brede inspanning bij verbeteren zorgtraject slaapapneu (publicatie verbetersignalement obstructieve slaapapneu).
Veelgestelde vragen
Wat veroorzaakt het centraal slaapapneu syndroom?
CSAS wordt veroorzaakt door een verstoorde aansturing vanuit het centrale zenuwstelsel, waardoor de hersenen tijdelijk geen signaal sturen naar de ademhalingsspieren. Veelvoorkomende onderliggende oorzaken zijn hartfalen, een doorgemaakte beroerte en het gebruik van opioïden of sedativa.
Hoe wordt centraal slaapapneu vastgesteld?
De diagnose wordt gesteld met een volledige polysomnografie in een gespecialiseerd slaapcentrum of ziekenhuis, waarbij hersengolven, zuurstofverzadiging en ademhalingsbewegingen worden gemeten. Een beperkt thuisonderzoek is in de meeste gevallen onvoldoende om centraal slaapapneu betrouwbaar vast te stellen.
Is adaptieve servo-ventilatie (ASV) altijd veilig bij centraal slaapapneu?
Nee, ASV is uitdrukkelijk gecontra-indiceerd bij patiënten met symptomatisch chronisch hartfalen en een linkerventrikelejectiefractie van 45% of lager, omdat het bij deze groep de sterfte kan verhogen. De keuze voor een beademingsvorm vindt altijd plaats in een specialistische setting.
De medische informatie op deze pagina is gebaseerd op erkende, wetenschappelijk onderbouwde bronnen en wordt periodiek herzien op juistheid en actualiteit. De informatie is uitsluitend bedoeld voor algemene voorlichting.
DisclaimerDeze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies, diagnose of behandeling. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met uw eigen huisarts of apotheker. Deze pagina is voorlichting en geen aanbod: of een behandeling geschikt is, wordt beoordeeld tijdens een medische consultatie.




